Klimaat in het regeerakkoord

D66, VVD en CDA zijn eruit: het regeerakkoord 2026 – 2030 staat online. Ik was benieuwd naar de afspraken over het klimaatbeleid. Op pagina 25 staan de belangrijkste zinnen.

Bouwen aan een schone en veilige toekomst
We gaan met volle kracht aan het werk om de klimaatdoelen te halen. Het klimaatdoel van 2030 wordt lastig, maar we houden die ambitie vast. We gaan vol door met de implementatie en realisatie van maatregelen die reeds zijn afgesproken, lossen knelpunten in de uitvoering op en versnellen doorbraken waar mogelijk. Door vol in te zetten op lange termijnbeleid en een slimme Europese aanpak doen we alles wat nodig is om de klimaatdoelen voor 2040 en 2050 te halen. Daarom wordt in Europees verband doorgewerkt aan het halen van de Klimaatdoelen en houden we daarnaast vast aan de klimaatdoelen uit de nationale Klimaatwet. Dit willen we doen:

  • Europees is afgesproken om in 2040 in totaal 90% broeikasgasemissies netto te reduceren ten opzichte van 1990. Daarvoor is aanvullende inspanning nodig. In 2026 komt de Europese Commissie met voorstellen voor het 2040-maatregelenpakket. Nederland spant zich in voor een ambitieus Europees pakket ten behoeve van een gelijk speelveld. We sluiten na het vaststellen van de Europese maatregelen zoveel mogelijk aan bij deze aanpak. In het voorjaar van 2027 nemen we indien nodig aanvullende nationaal geborgde maatregelen om het doel van 2040 te halen en hebben daarbij oog voor betaalbaarheid en handelingsperspectief.
  • …. “

Financieel

Uit de financiële bijlage blijkt dat voor deze kabinetsperiode alleen (een beetje) extra geld komt voor wind op zee en (best veel) extra geld om de stroom voor de industrie goedkoper te maken. Echt nieuw geld staat pas vanaf 2031 op de planning. Ook dan wordt er veel geld gespendeerd in het matigen van de energierekening voor de industrie.

Interpretatie

Wat hier eigenlijk staat is:

  • We doen niks extra’s voor het doel van 2030 waarvan we dus weten dat het lastig wordt om nog te halen.
  • We zetten wel in op het halen van de doelen van 2040 en 2050, in Europees verband. Maar we wachten ook af waar Brussel mee komt. Momenteel is Brussel vooral bezig om klimaatmaatregelen af te zwakken om de industrie te steunen.

Het gevolg zal zijn dat we na 2030 extra aan de bak moeten om de doelen van 2040 en 2050 te halen. Dat betekent ook dat er steeds minder tijd is om grote veranderingen in gang te zetten. De kans neemt daardoor toe dat de doelen van 2040 en 2050 niet gehaald zullen worden. En dat terwijl nu al duidelijk is dat we de 1,5 gradengrens keihard gaan overschrijden. Je zou kunnen zeggen dat het akkoord realistisch is in die zin dat het erkent dat bijsturing van de fossiele tanker lastig is. En dat klimaat minder prioriteit krijgt te opzichte van een concurrerend bedrijfsleven. Maar je zou ook kunnen zeggen dat we als verslaafden tegen beter weten in de echte pijn van aanpassing nog even voor ons uit schuiven.

Veel zal daarbij afhangen van de invulling. Komt er een ambitieuze en bestuurlijk handige minister met voldoende politieke backup? Is het kabinet bereid om het bedrijfsleven meer de duimschroeven aan te draaien met verplichtende afspraken? Dat zou dan wel echt een trendbreuk zijn. Gaat de rechter nog wat extra klimaatbeleid eisen?

Denk aan mij

De jongste generaties gaan nog het langst mee terwijl zij niet mogen stemmen. Met je stem van nu bepaal je mede het beleid van de komende jaren en decennia, bijvoorbeeld bij het klimaatbeleid. Denk daarom bij het uitbrengen van je stem ook aan de het belang van de jongsten.

Collage, 2025

Overschrijding van 1.5 gradengrens onvermijdelijk

VN-chef Guterres: overschrijding van het 1.5 gradendoel is nu onvermijdelijk. De vraag is hoe lang we de temperatuur nog verder laten oplopen naar 2 graden en meer voordat we de trend kunnen keren.

De vraag is ook of we in staat zijn om na een periode van ‘overshooting’ boven de 1.5 weer onder de ‘veilige’ 1.5 graden te duiken. Dat laatste kan alleen als we nu als de wiedeweerga echt aan de slag gaan om de CO2-uitstoot naar nul te brengen. Voorlopig lijkt het urgentiegevoel daarvoor nationaal en internationaal ver te zoeken. Om de temperatuur weer te laten dalen moeten we zelfs CO2 aan de atmosfeer gaan onttrekken, dat wordt helemaal een tour de force.

Veel mensen denken dat de echt grote en niet technisch oplosbare klimaatproblemen nog generaties ver van ons verwijderd zijn (alsof dat handelen nu minder urgent zou maken, maar dat terzijde). Dat is echter een tragische misvatting, gebaseerd op desinformatie en wensdenken.

Feit is dat er veel wordt gepraat en geklaagd maar dat we nog steeds niet echt begonnen zijn met serieus klimaatbeleid. Feit is ook dat de uitstoot wereldwijd nog steeds niet afneemt en dat de temperatuur steeds sneller stijgt. Al in 2040 kunnen we de 2 graden passeren. Zelfs het bereiken van de 3 gradengrens in 2050 is niet langer uit te sluiten. Dat zou ook voor het (nog) rijke Nederland een absoluut rampscenario zijn.

Bodem en bos zijn de klos

De Wetenschappelijke Klimaat Raad heeft een advies uitgebracht over de wisselwerking tussen de klimaatcrisis en bodems en bossen. “Bossen en bodems worden extra hard geraakt door klimaatverandering én door menselijk handelen. Tegelijkertijd is de bijdrage van bossen en bodems in het klimaatbeleid cruciaal voor het opnemen van koolstof en het leveren van biomassa voor bio-energie of biobased materialen. Bossen en bodems beter beschermen is nodig om hun bijdrage aan de klimaatdoelen veilig te stellen.” De volgende infographic geeft een mooi overzicht:

Goed dat de WKR aandacht vraagt voor dit thema, zowel in internationaal perspectief als nationaal. Ook goed dat de WKR dit vlak voor de verkiezingen doet. Hopelijk kan het advies worden meegenomen in het opstellen van een regeerprogram. Vanuit helikopterperspectief geeft het te denken dat nieuws over de effecten van de klimaatcrisis ALTIJD tegenvalt. Het is een patroon dat zich steeds weer herhaalt maar waar we (=de mensheid) niet of slechts met grote vertraging van lijken te leren. Het heeft te maken met de aard van de wetenschap (het benadrukken van onzekerheidsmarges en de noodzaak van nader onderzoek), voortschrijdend inzicht en het per definitie vertraagd meten van effecten maar er zitten meer aspecten aan, ook psychologische. Tragisch en boeiend tegelijkertijd. Zie ook mijn stuk over 25+ Redenen waarom we zo traag reageren op de klimaatcrisis.

Klimaatdoelen 2030 vrijwel buiten bereik

Ieder jaar op Prinsjesdag publiceert het Planbureau voor de Leefomgeving de Klimaat- en Energieverkenning. De conclusie: het klimaatdoel voor 2030 is vrijwel buiten bereik. NRC schreef er een mooi artikel over.

Het probleem met het niet halen van de klimaatdoelen is, afgezien van de voortgalopperende klimaatcrisis, dat je alle uitstoot die je nu niet bespaart later moet besparen. Er moet dus meer in kortere tijd. Bovendien vraagt beleid tijd: het moet worden opgesteld, besloten en geïmplementeerd. Extra probleem is dat er veel vertrouwen bij burgers en ondernemers is verspeeld, ook hier ligt een uitdaging.

Hadden we dit kunnen zien aankomen? Het antwoord is ja. Dit was natuurlijk een kabinet dat niet warm liep voor het klimaat. Dat de VVD de minister van klimaat moest leveren was ook al geen goed voorteken. De NOS maakt een mooi overzicht van de aanpassingen in het klimaatbeleid de afgelopen periode. Bovendien lijkt wereldwijd het tij voor klimaatactie te keren, met Trump als aanvoerder. Alleen leidt het wegwensen van problemen er niet toe dat ze in de reële wereld ook echt verdwijnen. Sterker nog, de problemen stapelen zich buiten je zicht op en slaan dan verrassend hard terug. Verrassend vooral voor de mensen die dachten dat het allemaal wel mee zou vallen.

Over de financiering van het klimaatbeleid

Op dit moment gaat de klimaattop COP29 in Bakoe haar tweede week in. Zoals bekend gaat het er vooral om de financiering van het klimaatbeleid. Meer in het bijzonder gaat het om hoeveel geld de rijke landen aan de arme landen gaan geven voor het terugdringen van de uitstoot, voor aanpassing aan de klimaatverandering en om schade te compenseren. En welke landen wel of niet tot de rijke landen worden gerekend. NRC schreef er een bijzonder informatief stuk over.

Eerder hadden de rijke landen zich verplicht om vanaf 2020 jaarlijks 100 miljard dollar aan de arme landen beschikbaar te stellen voor klimaatbeleid. Ik wist wel dat dit niet van harte ging, maar wat NRC nu in detail beschrijft is echt shocking.

NRC: “Een groot deel van het geld is niet „nieuw en additioneel”, zoals was beloofd. Veel landen, ook Nederland, gooien alle ontwikkelingshulp op een hoop en proberen in ieder project het woord klimaat te flansen. Ook leningen gelden als klimaathulp – in 2022 bijna 70 procent van alle financiering – terwijl arme landen al flink in de schulden zitten en de rente daarvan al vaak niet eens kunnen betalen. Ontwikkelingslanden en hulporganisaties beschuldigen de rijke landen, die zelf hun data aanleveren, bovendien van dubbeltellingen. En omdat de 100 miljard dollar nooit is gecorrigeerd voor inflatie – dan zou het inmiddels om zo’n 150 miljard dollar moeten gaan – is het in feite veel minder dan werd toegezegd.”

Om je dood te schamen

Het is om je dood te schamen. De landen die verantwoordelijkheid voor de shit waar we in zitten – de rijke landen dus – wringen zich in alle mogelijke bochten om maar zo min mogelijk te hoeven betalen. Het is ook om je haren uit te trekken. Alleen samen kunnen we immers de uitstoot zo snel mogelijk naar nul brengen.

Maar het is zeker ook heel erg tragisch. Door arme landen aan het lijntje te houden helpen de rijke landen ook hun eigen toekomst om zeep. Ja, de arme landen hebben nu al het meeste last van een ontwricht klimaat. Maar nee, de rijke landen zijn niet immuun voor klimaatschade en al hun rijkdom gaat ze niet beschermen. Kijk maar naar de recente overstromingen in Spanje.

Hoe nu verder? Tot nu toe hebben de rijke landen er dus helaas een potje van gemaakt. De kans dat dit gaat veranderen lijkt niet heel hoog. De arme landen vragen meer geld, namelijk 1000 miljard dollar per jaar. Maar met Trump aan de macht valt van de VS weinig meer te verwachten. Helaas werkt het dan zo dat andere landen ook eerder de andere kant opkijken. Alsof het hier om nice to have dingen gaat. Zo tragisch.

Enorm draagvlak voor klimaatactie

Uit onderzoeken blijkt steevast dat zo’n driekwart van de Nederlanders zich zorgen maakt over het klimaat. Eenzelfde percentage wil ook dat er meer klimaatactie komt. Uit een nieuw onderzoek komt naar voren dat op wereldschaal het draagvlak nog groter is.

Dat blijkt namelijk uit een nieuw onderzoek van UNDP, de ontwikkelingsorganisatie van de VN. Voor dit onderzoek zijn meer dan 73.000 mensen in 77 landen bevraagd. Samen zijn zij representatief voor 87 procent van de wereldbevolking.

De resultaten zijn een steun in de rug voor sterk klimaatbeleid. Wereldwijd is 80 procent daar voorstander van. Meer mensen nog, namelijk 86 procent, vinden dat landen hierin beter moeten samenwerken. Zoals UNDP ook constateert, dat is opvallend gezien de wereldwijde tendens van internationale conflicten en versterkt nationalisme. Blijkbaar beschikken wereldburgers over een stuk meer wijsheid dan hun leiders.

Klimaat: Nederlanders hebben wel zorgen maar willen niet veranderen

In april 2024 publiceerde het SCP een interessant onderzoek over de houding van Nederlanders mbt klimaatverandering en duurzaam gedrag. Hier de conclusies (citaten uit het nieuwsbericht).


1. Driekwart van de Nederlanders is bezorgd over het klimaat en vindt dat er actie moet worden ondernomen om klimaatverandering tegen te gaan.
2. Toch voelt slechts één op de twee Nederlanders zich persoonlijk verantwoordelijk en leiden klimaatzorgen nauwelijks tot duurzamer gedrag.
3. Vooral mensen meteen hbo- of wo-opleiding en een relatief hoog inkomen zijn erg bezorgd over het klimaat, maar dat uit zich nauwelijks in meer duurzaam gedrag. Voor veel mensen met een praktische opleiding en een relatief laag inkomen geldt het tegenovergestelde. Zij gedragen zich significant duurzamer dan de gemiddelde Nederlander, terwijl zij de urgentie van het klimaatprobleem juist minder onderschrijven.
4. Nederlanders zijn in een meerderheid van de situaties (54%) niet bereid hun leefstijl aan te passen, ondanks hun zorgen om het klimaat, de dreiging van natuurrampen en de oproep van de overheid en de wetenschap voor duurzamer gedrag. Als mensen al bereid zijn tot verandering dan is dat vooral als duurzaam gedrag goedkoper is dan niet-duurzaam gedrag. Hun overwegingen zijn dus vooral financieel gedreven. Klimaatbeleid gericht op het financieel belasten van niet-duurzaam gedrag lijkt dan ook effectief.

Onvrede

5. Ondanks het groeiende klimaatbesef sinds 2019 is de onvrede over de aandacht voor klimaat bij een substantiële groep Nederlanders toegenomen (45%). Zij vinden vooral dat er urgentere problemen zijn die aangepakt moeten worden, zoals asiel en migratie, structurele ongelijkheid en de houdbaarheid van de zorg. Daarnaast hebben zij het gevoel dat een kleine groep mensen klimaatmaatregelen aan de rest wil opleggen en zijn zij bang dat zij nergens meer van mogen genieten.
6. Verder vinden de meeste Nederlanders dat de kosten van klimaatbeleid niet eerlijk verdeeld worden tussen arme en rijke Nederlanders (61%) en tussen burgers en bedrijven (70%). Rechtvaardig klimaatbeleid zou volgens Nederlanders gebaseerd moeten worden op het principe dat de grootste vervuilers het meest betalen en dat mensen met meer inkomen meer bijdragen dan mensen met een smalle beurs.

Aanbevelingen

7. Financiële prikkels en rechtvaardig beleid kunnen ervoor zorgen dat klimaatbeleid effectiever is en mensen hun gedrag aanpassen. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat mensen pas gaan bewegen als anderen dat ook doen. Het kan dus helpen als mensen uit dezelfde sociale groep duurzamer voorbeeldgedrag vertonen. Tot slot kan het helpen als mensen met elkaar in gesprek gaan over de achterliggende overtuigingen van hun houding en gedrag ten aanzien van het klimaat en wat er nodig is om tot duurzamer gedrag te komen.

Conclusies

Welke conclusies kunnen we hier uit trekken? Om te beginnen dat er weinig veranderingsbereidheid in de samenleving lijkt te zijn. Mensen maken zich zorgen, maar willen niet of nauwelijks veranderen. Als ze al willen veranderen dan alleen of vooral als dat geld oplevert. En hoogopgeleiden, waarvan je zou verwachten dat ze het best kunnen doorgronden wat er aan de hand is, laten het massaal afweten. Eigenlijk precies zoals je het in een samenleving met neoliberale stempel kunt verwachten. Verder vindt iets minder dan de helft van de Nederlanders dat er teveel (!) aandacht is voor klimaatbeleid. En er is veel onvrede over de kostenverdeling tussen arm en rijk en tussen burgers en bedrijven.

Dat laatste biedt dan wel weer meteen goede aanknopingspunten voor overheidsbeleid. Dat geldt ook voor het inzetten op voorbeeldgedrag en dialoog. En met passie en overtuiging de noodzaak van klimaatbeleid uitdragen natuurlijk. De grote vraag is of het nieuwe kabinet daar mee aan de slag gaat.

Uitvoering van klimaatbeleid kan beter

De Raad voor het Openbaar Bestuur heeft een advies uitgebracht over de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid van gemeenten, provincies en waterschappen. Conclusie is dat de Rijksoverheid hen steeds meer taken geeft maar niet het benodigde geld meelevert. Daardoor komt de uitvoering van het beleid in de knel. Ook is er (te) weinig zicht op de voortgang van het beleid. Allemaal niet echt verrassend voor de kenners maar wel een ernstige conclusie. Er is immers haast geboden met het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en met het aanpassen aan extremer weer (zoals hitte en overstromingen).

Citaten

“Gemeenten, provincies en waterschappen voeren een groot deel van het klimaat- en energiebeleid uit. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het maken van plannen om woningen te verduurzamen of het plaatsen van windmolenparken en zonneweides.”

“Op dit moment is er voor sommige belangrijke taken nog weinig inzicht over hoe ver gemeenten, provincies en waterschappen zijn met hun plannen en de uitvoering daarvan. Niet alle decentrale overheden verzamelen dezelfde soort data, en de data wordt ook niet centraal verzameld. Zo is onduidelijk op welk doel gemeenten, provincies en waterschappen op schema zitten, en welke doelen achterblijven. Het ontbreekt de Rijksoverheid daarbij op vrijwel alle doelen aan een ‘stok achter de deur’: ze kan niet ingrijpen als de inspanningen van gemeenten, provincies en waterschappen achterblijven op een bepaalde taak.”

“Niet alleen is het van belang dat decentrale overheden voldoende middelen ontvangen om deze kosten te kunnen dekken, ook hebben gemeenten en provincies zekerheid nodig over wanneer zij welk bedrag ontvangen. Anders kunnen zij moeilijk grote investeringen doen die lang op de begroting drukken of het benodigde personeel (vast) in dienst nemen.”