Het is ‘nu of nooit’ voor het klimaat, wat als het ‘nooit’ is?

Zes vragen en antwoorden naar aanleiding van het nieuwste klimaatrapport

Op 4 april kwam het nieuwe IPCC-rapport uit met als kern: het is ‘nu of nooit’ voor het klimaat. De uitstoot van broeikasgassen moet zo snel mogelijk omlaag, anders is het 1,5-gradendoel definitief uit beeld. ‘Nu of nooit’ is vertaald in een scenario dat de uitstoot vóór 2025 moet pieken om daarna pijlsnel naar beneden te gaan. De verslaafde die moet afkicken mag nog een paar shotjes zetten voordat de hel losbreekt. 

Waarom is dat 1,5 gradendoel ook alweer zo belangrijk?

Dat is omdat opwarming van de aarde met maximaal 1,5 graden als nog relatief ‘veilig’ wordt gezien. Maar: we zijn ‘pas’ met 1,1 graden opgewarmd en wereldwijd zien we nu al dramatische gevolgen. Denk aan ongewone droogte, hitte en bosbranden in Australië, het westen van de VS en ook in de poolcirkel. Denk aan meer en sterkere tornado’s, denk aan smeltende toendra’s die extra methaangas laten vrijkomen. Denk aan enorme hoeveelheden neerslag in (wederom) Australië maar ook in Limburg vorig jaar. Denk ook aan droogte en hongersnood in bijv Madagaskar, Kenia, Somalië en Ethiopië. De ontwrichting wordt elk jaar groter. Tenzij we drastisch bijsturen, is de aarde aan het einde van de eeuw 2 à 3 graden opgewarmd.

Maar eigenlijk wisten we dat allemaal al. Dus wat moeten we hier nu mee? Tijd voor een aantal prangende vragen.

Hoe groot is de kans dat de boodschap nu wel wordt opgepikt?

De boodschap is bekend, maar de omzetting in acties gaat vreselijk langzaam. Politici lopen op eieren en willen daarbij liefst niemand voor het hoofd stoten, zo lijkt het. De Russische invasie helpt ook niet echt mee. Internationaal gaat nu alle aandacht naar de oorlog en niet naar het klimaat. Omdat landen zo snel  mogelijk van Russisch olie en gas af willen, komen zelfs het schadelijke fracking en de vervuilende kolen opnieuw in beeld. Tegelijkertijd benadrukt de invasie de noodzaak om energie te besparen, als het al niet  primair voor het klimaat is, dan toch zeker uit geopolitieke overwegingen en om simpelweg kosten te besparen. Tijd is de bepalende factor. Iedere dag dat de uitstoot nog stijgt, raakt het 1,5-gradendoel verder uit beeld. Omgekeerd helpt elk stukje energiebesparing en elke overstap naar hernieuwbare energie mee om de schade voor het klimaat te beperken.

Heeft waarschuwen nog wel zin?

Rationeel gezien zou je verwachten dat waarschuwingen tot versnelde actie leiden. In de praktijk is er helaas weinig van te merken. Er lijkt een soort leemlaag van weerstand en gezapigheid te zijn die heel hardnekkig is. Deels wellicht vanuit onwennigheid met de nieuwe situatie die bestaande inzichten onbruikbaar maakt. En deels wellicht ook ingegeven door ongeloof: het zal zo’n vaart toch niet lopen? Daarom is het extra belangrijk om de druk er op te houden, zeker bij de besluitvormers.

Maar voor burgers lijken waarschuwingen wel zo’n beetje uitgewerkt. Mijn theorie is dat dit mede een gevolg is van jarenlange oefening in het wegkijken van alle ellende en oneerlijke ongelijkheid in de wereld. Het verschil in welvaart en kansen tussen ‘hier’ en ‘daar’ is te groot om te bevatten en als je daar echt iets aan wilt doen betekent dat dat je uit je comfortzone moet stappen. Niet alleen als het gaat om het delen van welvaart, maar ook qua doorbreken van de geldende consensus. Beide doen pijn en mensen zijn groepsdieren, dus de drempel om die stappen te zetten is hoog. Omgekeerd biedt dit ook weer kansen: als maar genoeg mensen klimaatbewust handelen, trekken ze vanzelf anderen mee. De vraag is hoe dit proces kan worden versneld.  

Willen burgers dan niks doen voor het klimaat?

Dat valt dus gelukkig mee. Volgens een recent artikel willen burgers wel veranderen, maar wachten ze op de politiek en het bedrijfsleven. “De belangrijkste barrières die klimaatvriendelijk gedrag in de weg staan zijn gebrek aan geld, … gebrek aan kennis en gebrek aan motivatie.”

Neem als voorbeeld de prijs van elektrische auto’s. Die ligt nog een heel stuk hoger dan die van vergelijkbare auto’s die op fossiele brandstoffen rijden. De overheid geeft subsidie op de aanschaf van elektrische auto’s, maar dat neemt het prijsverschil niet weg. Maar de gelukkige bezitters van een elektrische auto zijn zeker bij de huidige brandstofprijzen wel goedkoper uit met de lopende kosten. Zeker als ze ook nog eens kunnen laden met stroom uit eigen zonnepanelen. Dit leidt tot scheve gezichten bij degenen die de aanschafprijs niet kunnen betalen, helemaal omdat zij via de belastingen meebetalen aan de subsidies.

Op de achtergrond speelt hierbij de competitie tussen individuen die onderdeel is van ons systeem. Groot, mooi, duur en snel zijn tekenen van status. En we zijn getraind om er snel bij te zijn bij koopjes, want op = op en jouw geluk kan zomaar ten koste gaan van mijn geluk. Dat elektrische auto’s onbereikbaar zijn voor mensen met lage inkomens gaat op die manier ten koste van het draagvlak voor de energietransitie en heeft een negatief effect op het tempo van de emissiereductie. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor het gebrek aan goede isolatie en zonnepanelen bij veel huurwoningen. 

Burgers kijken volgens de onderzoeker dus vooral naar politiek en bedrijven. Over het getreuzel van de politiek hebben we het al gehad. En helaas voor de mensheid heeft een deel van het bedrijfsleven totaal geen belang bij het stoppen met olie en gas omdat hun complete businessmodel daarop gebaseerd is. Denk aan de olie- en gasindustrie, denk aan de luchtvaart. Zij doen er dan ook alles aan om een mistig beeld te creëren. Ook hier is de politiek leiderschap nodig.

Allemaal goed en wel, hebben we eigenlijk een plan?

Goede vraag, en het eerlijke antwoord is meer ‘nee’ dan ‘ja’. Tenminste, als je bij ‘plan’ aan een actieplan denkt waarmee het doel, namelijk de temperatuurstijging onder 1,5 graden te houden, met redelijke mate van zekerheid kan worden gehaald. Daar zijn verschillende redenen voor.

Om te beginnen heeft Nederland ervoor gekozen om in samenspraak met de o.a. werkgevers en werknemers tot een aanpak te komen. Deze aanpak is vastgelegd in het Klimaatakkoord. Het akkoord gaat echter over reductie van de uitstoot met 49% in 2030 (t.o.v. 1990), en dat is maar een eerste stap om onder de 1,5 graden te blijven. In de uitvoering heeft de overheid een belangrijke rol (geld, kennis, wetten en regels) maar blijven sectoren primair verantwoordelijk. Concrete acties moeten nog verder worden uitgewerkt. Daar komt bij dat de Nederlandse Klimaatwet er op het eerste gezicht indrukwekkend uitziet maar niet matcht met het 1,5 gradendoel.

We hebben dus een situatie met een enorme opgave in zeer korte tijd, en een overheid die met een deels geflatteerde Klimaatwet aan de slag gaat op een manier waarbij de verantwoordelijkheid voor de voortgang over een grote groep actoren is verspreid. Dat is niet wat je zou verwachten in de noodsituatie waarin we zo langzamerhand zijn beland.

Het is natuurlijk vloeken in de neoliberale polderkerk, maar het afwenden van een zo groot gevaar van onze samenleving in een zo beperkte tijd vraagt eerder om een crisis- dan een polderaanpak. Denk bijvoorbeeld aan de enorme inspanning die de VS leverde om een oorlogseconomie op te tuigen waarmee het land de oorlog tegen Japan en Hitler-Duitsland tot een goed einde heeft kunnen brengen.

Het bovenstaande ging over de situatie in Nederland. In de meeste andere landen is het echter niet beter geregeld en op wereldniveau is het helemaal bar en boos. Er is niemand die ‘in charge’ om deze grootste bedreiging van de mensheid af te wenden. Landen zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen acties of beter gezegd: het gebrek eraan. En zij rapporteren daar over aan de volgende klimaatconferentie, maar die conferentie beschikt niet over sancties. Typerend is ook dat de rijke landen hun toezeggingen om de arme landen financieel te helpen met de energietransitie en de aanpassing aan het veranderend klimaat continu niet nakomen.

Het is ‘nu of nooit voor het klimaat, wat als het ‘nooit’ is?

Gezien het ontbreken van een mobiliserend urgentiegevoel en een adequaat actieplan, in Nederland en daarbuiten, zou het meer geluk dan iets anders zijn als we de opwarming onder de 1,5 graden zouden kunnen houden.

De meesten van ons hebben geen idee wat de klimaatcrisis gaat betekenen. We kunnen het ons gewoon niet voorstellen en dat is ook niet zo gek, want we hebben dit nog niet meegemaakt. Niemand heeft dit  ooit meegemaakt. Dit is de eerste keer dat het ons overkomt, en waarschijnlijk meteen ook de laatste keer.

Maar het helpt natuurlijk wel om je er in die gevolgen te verdiepen, en er is behoorlijk wat over geschreven. Niet alleen door het IPCC, maar bijvoorbeeld ook door Gwynne Dyer (Climate wars) en Mark Lynas (Six degrees).

Oké, de kans is dus op zijn minst aanwezig dat we niet onder die 1,5 graden blijven. Betekent dit dat we nu alles uit handen kunnen laten vallen en er op los kunnen leven? Dat zeker niet, want we hebben te maken met een glijdende schaal, het kan dus altijd erger. Elke tiende graad meer of minder maakt verschil voor de schade waar we mee worden geconfronteerd. Fysiek, en psychisch. Want hoe gaan mensen reageren als duidelijk wordt dat het voorgespiegelde Zwitserlevengevoel er niet meer gaat komen? Dat de toekomst, althans in fysieke en economische zin, er niet beter maar slechter op wordt? In wat voor samenleving komen we dan terecht?

De prangende vraag is of we de veerkracht en de solidariteit kunnen ontwikkelen om een positieve draai aan dit verhaal te geven. En om als de wiedeweerga te stoppen met fossiele brandstoffen. 

Deze opinie verscheen op 10 april 2022 op Joop.nl

Voor zo’n overheid wil je toch niet werken?

“Een zeer groot deel van de stikstofneerslag in natuurgebieden wordt veroorzaakt door een handvol agrarische bedrijven in en rond beschermde natuurgebieden. Een van de uitschieters is een kalkoenboer op de Veluwe. Die veroorzaakt meer stikstofneerslag in de natuur dan Nederlandse automobilisten aan stikstof besparen door niet harder te rijden dan 100 kilometer per uur.” Dat is de opening van dit bericht op de NOS-site.

Onzekere politiek durft niet door te pakken

Dat wijst in de richting van een overzichtelijke oplossing, maar omdat ‘vrijwilligheid’ het actuele toverwoord in de politiek is, blijven we pas op de plaats maken. En uiteraard zijn de lobbyisten en belangenbehartigers er weer als de kippen (!) bij om twijfel te zaaien over het onderzoek van Investico.

Slecht voor het imago van de overheid als werkgever

Wat dat betreft lijkt het stikstofdossier 1-op-1 op het klimaatdossier. Het onbegrijpelijke en schokkende van dit verhaal is de totale ontkenning van de realiteit, de visieloosheid en het gebrek aan moed in het politiek systeem, zeker wat betreft de regeringspartijen. Voor zo’n overheid wil je toch niet meer werken?

En dan is het redden wat er te redden valt

De landbouwsector is voor de Nederlandse politiek wat de automobielsector voor de Duitse is. Jarenlang de hand boven het hoofd ten koste van mens, milieu en klimaat, tot het 1 seconde voor 12 is en dan is het redden wat er te redden valt. Ik heb het gevoel dat dat moment niet meer heel ver weg is.

Transitiepijn

Vorige week was een nogal ‘bijzondere’ week waarin de boeren het land vakkundig op stelten hebben gezet. De meeste politici en ook de politie wisten zich geen raad met deze vorm van transitiepijn.

Radeloosheid

De reactie van die politici weerspiegelt de radeloosheid in onze samenleving. We zijn verdeeld over het stikstofprobleem en over wat er aan te doen. Net als we verdeeld zijn over het klimaatprobleem en wat er aan te doen. En bijvoorbeeld over de groei van de luchtvaart.

De parallellen tussen deze vraagstukken zijn opvallend. In essentie gaat het steeds over de vraag of we willen toegeven dat we op een punt zijn gekomen dat we niet langer door kunnen gaan zoals we dat tot nu toe hebben gedaan. Dat we moeten stoppen met business as usual. Stoppen met de grenzen van het milieu op te rekken met steeds maar nieuwe ‘slimme’ regels die meer groei mogelijk maken. En daarmee ook meer uitputting van grondstoffen, meer milieuvervuiling en meer ontwrichting van het klimaat.

Transitiepijn

Voor iedereen die het wil zien is het duidelijk dat we moeten veranderen. Dat we toe moeten naar een meer duurzame manier van leven, consumeren en produceren. Een manier waarvan we nog niet weten hoe die er precies uit ziet.

Verandering kondigt zich aan. Er wordt ook steeds meer over gesproken en geschreven, maar heel concreet is het nog niet. En dat voelt voor velen ongemakkelijk. Het idee om minder te kunnen vliegen bijvoorbeeld voelt voor velen als een inbreuk op hun levensstijl. Een inbreuk die ze zich maar moeilijk kunnen of willen voorstellen.

Aan de producentenkant zien we weerstand bij onder meer de boeren, de olie- en gassector en de luchtvaartsector. Zij begrijpen heel goed dat hun huidige bedrijfsmodel zijn langste tijd heeft gehad. Maar zij willen ook tijd rekken omdat veranderen pijn doet en geld kost.

Op die manier neemt de transitiepijn voorlopig nog verder toe. Waarschijnlijk zal hij pas afnemen zodra de transitie echt vorm krijgt.

Wat doet de politiek?

Terwijl de urgentie om te handelen, de maatschappelijke spanningen en de transitiepijn verder oplopen, doen veel politici denken aan de bekende konijnen in de koplampen. Bevroren en angstig turen zij in een ongewisse toekomst en vragen zich af welke rol zij kunnen, nee moeten pakken. Sommigen pleiten hartstochtelijk voor meer tempo en voor de invoering van bepaalde oplossingen. Anderen staan vooral op de rem en zeggen dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen. Een derde groep hamert vooral op draagvlak en behoud van werkgelegenheid.

Je zou kunnen zeggen, de politiek is hiermee een perfecte afspiegeling van de samenleving. En dat is ergens ook weer geruststellend.

Zoeken naar leiderschap

Maar komen we op deze manier ook verder? Een terechte vraag, want voorlopig laat de politiek als geheel nog verrassend weinig leiderschap zien. Dit roept de vraag op waar het leiderschap om onze samenleving door de transitie heen te loodsen dan wèl zit.

Gelukkig wordt de transitie niet op één plek uitgevonden. Daar is het vraagstuk ook veel te complex en veelzijdig voor. Er vinden nu al op veel verschillende plekken veelbelovende initiatieven plaats. Maar de daaruit voortkomende kennis en ervaringen moeten wel slim gecombineerd en opgeschaald worden. En daar is leiderschap voor nodig. En daar hebben we de politiek en de overheid bij nodig.

Open en leergierige houding

Het wachten is nu op het moment dat politiek en overheid zich ten diepste realiseren dat een transitie noodzakelijk én urgent is. En dat zij dan open staan voor een zoektocht waarin niet belangen maar transitiedoelen leidend zijn.

En dat zij dan een open en leergierige houding aan de dag leggen gericht op het selecteren, opschalen en helpen implementeren van best practices. Een aanpak waarin ook de laatste wetenschappelijke inzichten een plek krijgen, en die wordt ondersteund met bewezen instrumenten als regelgeving, belasting, heffingen en subsidies. Zodat we ons voortvarend kunnen transformeren naar een fossielvrije, circulaire en sociaal rechtvaardige samenleving waarin natuur en biodiversiteit weer de plek krijgen die ze verdienen.

Druk vanuit de samenleving

Maar de politiek en de overheid zal niet zomaar uit zichzelf veranderen. Veranderen is immers moeizaam en pijnlijk, zowel voor mensen als voor organisaties en instituties. Aanmoediging om te veranderen is dan ook meer dan welkom.

Die aanmoediging bestaat uit druk vanuit de samenleving. Elk idee, elk gesprek, elke tweet helpt daarbij. En ook de klimaat- en boerendemonstraties van de afgelopen weken dragen hun steentje bij.

Laten we hopen dat de toenemende transitiepijn in onze samenleving zich snel vertaalt in overtuigende prikkels om te veranderen. En om leiderschap te tonen.

Leven we in een pre-revolutionaire tijd?

Deze week moest ik er ineens aan denken. Omdat er steeds meer onrust en protest en steeds minder probleemoplossend vermogen lijkt te zijn. Leven we in een pre-revolutionaire tijd? En als dat zo is, wat komt hierna?

Patiënt Aarde


Het wringt op steeds meer fronten

Op dit moment probeert de mensheid te begrijpen dat we in een onmetelijk diepe afgrond van klimaatontwrichting kijken. Een ontwrichting die alles op zijn kop zal zetten. En die vraagt om snel en ingrijpend handelen om het ergste te voorkomen. De vraag is of we op de wereldklimaatconferentie COP24 in Polen erin slagen een fundament daarvoor te leggen. De voortekenen zijn helaas niet gunstig. Niet alleen omdat landen verschillende belangen hebben, maar ook omdat de fossiele industrie voortgang tegenwertkt omdat ze heel goed beseft dat haar toekomst met olie, kolen en gas op het spel staat. Klimaatontkenners als Trump en Poetin helpen daarbij ook al niet echt.

Arm versus rijk

Een belangrijke onderliggende vraag is of rijke landen eindelijk eens echt solidair gaan zijn met armere landen. De grote veroorzakers van klimaatverandering zouden dat kunnen doen door zelf minder uit te stoten. En door armere landen te helpen met duurzame technologie. Al is het maar omdat de rijke landen anders ook zelf hun welvaart kwijtraken. Omdat we nou eenmaal samen in hetzelfde ruimteschip zitten.

Maar ook binnen landen speelt de tegenstelling arm-rijk steeds sterker. Tegenover een kleine en enorm rijke bovenlaag staat een groeiende ‘onderlaag’ met steeds minder zekerheden en inkomen. Het ongenoegen kwam tot ontploffing in het protest van de gele hesjes in Frankrijk. De aanleiding, een verhoging van de accijns op brandstoffen om het klimaat te sparen, laat zien hoezeer ongelijkheid en klimaat vervlochten zijn. Althans, op de manier waarop we er nu in onze neoliberale consensus mee omgaan. Een consensus die bestaat uit lage belastingen, een kleine overheid en een grenzeloos vertrouwen in de markt, voorkomt dat we het klimaatprobleem effectief te lijf gaan. En zorgt ervoor dat de rijken rijker worden terwijl de zekerheden van de rest worden afgebouwd.

Toekomstperspectief valt weg

Voor steeds meer mensen wordt duidelijk dat het een welvarend en onbezorgd toekomstperspectief aan het wegvallen is. Klimaatontwrichting zal leiden tot extreem weer, zeespiegelstijging, water- en voedselschaarste, oorlog en migratie. Dat is niet de toekomst die ons beloofd was, want die zou steeds mooier en welvarender worden. Nu dat perspectief wegvalt, zijn mensen niet langer bereid om offers te brengen terwijl de rijken belasting ontwijken en de grote vervuilers vrijuit gaan.

Ook jongeren zien een onbezorgde toekomst in rook opgaan. Het is niet voor niets dat de klimaatstaking van Greta Thunberg in steeds meer landen navolging vindt. “Waarom zou ik op school leren voor een toekomst, als er straks geen toekomst meer is?”

Migratie jaagt spanningen aan

Migratie van mensen uit landen waarin zij mede door klimaatverandering en oorlogen geen perspectief meer zien, is een andere bron van spanning. Politici en anderen met een rechtse agenda zien hun kans schoon om angsten aan te wakkeren voor een invasie van havelozen. Onderliggend is de angst voor veranderingen op wereldschaal die voor een individu nauwelijks nog te overzien zijn. En voor verlies van controle op de eigen leefomgeving en verlies van zekerheid en welvaart. En aan het einde van dat spectrum van bezordheid staan mensen die openlijk rechtsextreem en/of racistisch zijn. Schokkende voorbeelden hiervan hebben we gezien bij de recente protesten rond ‘zwarte piet’. 

Wat kan de politiek nog?

De grote vraag is of de politiek in staat is om al deze onzekerheiden en spanningen te kanaliseren. En of ze tot oplossingen kan besluiten die de onzekerheden en spanningen verkleinen.

Zowel in Nederland als binnen Europa en op wereldschaal heeft de politiek het daar moeilijk mee. Dat komt deels omdat partijen worstelen met het einde van het neoliberale tijdperk dat aantoonbaar geen oplossingen meer heeft voor de grote problemen van deze tijd. Denk bijvoorbeeld aan klimaatontwrichting, dramatisch verlies aan biodiversiteit en  onrechtvaardige ongelijkheid. Maar ook omdat populistische polarisatie loont en een constructief debat zoveel moeilijker maakt. 

Spanningen in coalitie op scherp

De strategie die lange tijd heeft gewerkt is om maatregelen voor de toekomst af te spreken, zodat de politiek er in het hier en nu weinig last van heeft. En ondertussen te hopen dat in die toekomst betere technologie ervoor zorgt dat de problemen tegen minder offers kunnen worden opgelost. Dat is ook precies wat het ‘groenste kabinet ooit’ heeft gedaan.

Nu het acute klimaatprobleem niet meer te ontkennen valt (IPCC, Urgendavonnis), moet de politiek wel in actie komen. Alle onderliggende spanningen over o.a. sociale rechtvaardigheid, aanpassing van industrie, landbouw en luchtvaart en invoering van een een CO2-belasting kunnen  niet langer worden genegeerd. Ik verwacht dan ook dat de politieke spanningen snel verder zullen oplopen.

‘Opstand’ tegen overheid en politiek?

Het is wachten op het moment dat maar genoeg burgers beseffen dat de beloofde onbezorgde toekomst op deze manier steeds verder uit beeld raakt. In het Verenigd Koninkrijk is een groep burgers onder de naam Extinction Rebellion al een opstand begonnen tegen politiek en overheid. Zij zeggen dat de overheid het maatschappelijk contract heeft vergebroken door niet meer te zorgen voor het (toekomstig) welzijn van haar burgers. Met burgerlijke ongehoorzaamheidsacties willen ze de overheid dwingen het klimaatprobleem toe te geven en eindelijk in actie te komen. Duizenden mensne hebben de bruggen van Londen geblokkeerd en het verkeer praktisch stilgelegd.

Terwijl het protest van Extinction Rebellion gedisciplineerd en bijna ‘lief’ verloopt, kon dat niet gezegd worden van de rellen die volgden uit de protesten van de gele hesjes in Frankrijk. Daar was het doel o.a. het aftreden van de regering Macron.

Waar zijn de wervende toekomstvisies?

Ik zie niet meteen hoe dit allemaal tot een succesvolle opstand kan leiden, laat staan wat dan het breed gedragen alternatief zou zijn. Maar ik vrees wel dat we pas aan het begin staan van nog veel meer maatschappelijke onrust.

We hebben dringend behoefte aan wervende visies op de toekomst die ons helpen een weg te vinden in deze chaotische tijd. Visies waarmee burgers en politici het gesprek kunnen aangaan over wat een wenselijke toekomst is voor ons allemaal. En waarmee we de grote problemen kunnen oplossen. En wat we daarvoor moeten doen… en laten.

De ingrediënten zijn duidelijk: geen fossiele brandstoffen meer, een stop op milieuvervuiling. herstel van bossen en biodiversiteit. Kortom, de planeet centraal. En industrie en rijken betalen daar aan mee. Maar hoe ziet dat eruit, hoe voelt dat? Dat is wat we willen weten. Dat is wat we nodig hebben om de voglende stappen te zetten.


Waarom we onszelf niet redden. Nog niet.

Hoe komt het toch dat we al zo ver gevorderd zijn in de klimaatcrisis en er nog steeds geen stevig klimaatbeleid is? Met als gevolg dat de concentratie broeikasgassen nog steeds toeneemt? Het is een vraag waar ik me al tijden over sufpieker,

Eerder schreef ik al over de wisselwerking tussen kiezers / consumenten en politici / ondernemers. Zolang kiezers / consumenten geen duidelijke signalen afgeven aan de stembus of bij de kassa, veranderen politiek en bedrijven niet. Maar daar zit dus nog een hele neoliberaal geïnspireerde denkwereld achter, en daarover gaat dit blog.

Do you want to save planet earth yes or no

Kenmerken van de huidige politieke consensus

Ik denk dat het allemaal heeft te maken met onze manier van denken. Laten we om te beginnen kijken naar de belangrijkste kenmerken van wat ik maar even noem de actuele westerse politieke consensus. Elementen van deze consensus worden niet alleen door ‘politiek rechts’ gebezigd maar ook in het politieke midden en deels zelfs door linkse partijen. En ook veel burgers geloven er dus in. In ieder geval een meerderheid.

consensus mainstream politiek

Kleine overheid en lage belastingen

Helemaal sinds Ronald Reagan en Margareth Thatcher geldt dat een kleine overheid een legitiem politiek doel is. Want een kleine overheid kost minder geld en op die manier kunnen de belastingen omlaag. Bovendien is een kleine overheid minder in staat om regels te maken waar ‘de markt’ last van heeft. En dat is belangrijk, want die markt moet je zo min mogelijk in de weg leggen.

Om de klimaatcrisis te tackelen hebben we juist een slagvaardige overheid nodig, met voldoende middelen om de transitie vorm te geven. Deze behoefte staat dus op gespannen voet met de consensus.

De markt lost het op

Bedrijven gelden als ‘De Grote Probleemoplosser’. In tegenstelling tot de overheid scheppen ze ‘productieve’ banen. En de markt beschikt over alle creativiteit die nodig is om oplossingen voor problemen te bedenken en uit te voeren.

Het geloof in de markt is zelfs zo groot dat op tal van beleidsterreinen ervoor gekozen is de markt zichzelf te laten reguleren. Bedrijven houden dan toezicht op zichzelf, omdat dat efficiënter en goedkoper is. Het is niet ingewikkeld om zich voor te stellen dat dit toezicht niet heel streng zal zijn. Bovendien zijn ondertussen de inspectiediensten die vroeger toezicht hielden tot op een minimum uitgekleed – vanwege het streven naar een kleinere overheid – en zijn zij dus niet meer in staat toezicht te houden. Veel milieu- en dierenwelzijnsmisstanden komen hieruit voort. Het overtreden van regels loont en overtreders hebben (nagenoeg) vrij spel.

Een ander neveneffect van een kleine overheid is dat de overheid zelf nog maar over weinig kennis beschikt. Wanneer er ingewikkelde problemen moeten worden opgelost, wordt daarom kennis uit de markt ingehuurd. Dat de overheid soms kennis uit de markt nodig heeft, is logisch. Maar dat de overheid op deze manier vooral tot een inhuurbedrijf van kennis is geworden, werkt afhankelijkheid en fragmentatie in de hand. En dat is zorgelijk, omdat de grote problemen van nu vooral om een krachtdadige, integrale aanpak vragen.

Helaas is gebleken dat de markt veel problemen juist niet uit zichzelf oplost, integendeel. Zonder regelgeving en toezicht is het vvor bedrijven aantrekkelijk om kosten af te wentelen op milieu en klimaat. Duurzame koplopers vragen daarom vaak om overheidsregulering die voor alle bedrijven geldt zodat duurzame processen en producten een eerlijke kans krijgen.

Technologie lost het op

Er is in deze consensus een bijna onbegrensd geloof in technologie en innovatie. Innovatie betekent namelijk economische groei. De veronderstelling is dat technologie ook zal helpen om maatschappelijke problemen, zoals klimaatverandering maar ook dat er te weinig mensen zijn om straks onze ouderen te verzorgen, op te lossen. En omdat we zo verwend zijn met alle consumentenelektronica die we nauwelijks bij kunnen houden, geloven wij deze belofte meteen.

Maar dan moet die technologie wel op de juiste manier worden ingezet. Al jarenlang hangt de belofte van grootschalige introductie van het afvangen en opslaan van CO2 ‘boven de markt’. Deze technologie is – op papier – zelfs een onmisbare bouwsteen in de aanpak die het klimaat moet redden. Dat deze technologie nog perperduur is en slechts marginaal wordt toegepast, speelt daarbij kennelijk geen rol. Ondertussen worden beschikbare technologieën voor energiebesparing niet op grote schaal toegepast. Bizar.

Meer in het algemeen is de aanname dat technologie op grote schaal zal worden toegepast zodra deze rendabel is. Een goed voorbeeld daarvan zijn zonnepanelen. Wat vaak wordt ‘vergeten’ is dat de overheid aan de knoppen zit waarmee de kansen en de rentabiliteit van een technologie kunnen worden beïnvloed. Bij zonnepanelen is dat bijvoorbeeld de salderingsregeling en bij elektrische auto’s zijn dat het fiscaal regime, het beleid om oplaadplekken aan te leggen en milieuzones. Maar stimulerend beleid wordt vaak gezien als onwenselijk omdat het geld kost en ingrijpt in ‘de markt’.

Technologie kan inderdaad een aantal problemen helpen oplossen of verminderen, maar daarvoor moet de politiek wel de juiste keuzes durven maken. Instrumenten om toepassing te bevorderen zijn regelgeving, toezicht op de naleving van de regels en financiële prikkels.

Focus op economische indicatoren

De economische manier van denken en de focus op ‘de markt’ als probleemoplosser zijn het debat gaan domineren. Feitelijk worden alle plannen impliciet of expliciet beoordeeld op hun effect op economische groei, werkgelegenheid en lastendruk.

En dat is raar om meerdere redenen. Om te beginnen geeft de manier van meten van economische groei een compleet verstoord signaal af. Een olietanker die heelhuids de haven haalt, levert in die systematiek een kleinere bijdrage aan de economische groei dan een tanker die op de klippen slaat. Want in het tweede geval tellen het bergen en repareren van de tanker en het opruimen van de olie mee als economische activiteit. Op die manier zal de economische groei na de bosbranden in Californië ook flink aantrekken. Tot… het moment komt dat mensen de wederopbouw niet meer kunnen betalen of veiligere oorden opzoeken.

Een tweede reden waarom deze manier denken en meten raar is, heeft te maken met onze verouderende beroepsbevolking. Voor steeds meer vacatures (pensionering) zijn steeds minder mensen beschikbaar. In dat geval is het scheppen van extra banen misschien wel eerder een bijdrage aan het scheppen van een probleem dan van een oplossing. Toch praten politici nog steeds vooralin termen van ‘extra werkgelegenheid’.

Om meer balans in het debat te krijgen, hebben we naast indicatoren als economische groei, werkgelegenheid en lastendruk dringend behoefte aan indicatoren die de toestand van biodiversiteit, natuurlijke hulpbronnen en klimaat weergeven. Denk bijvoorbeeld aan indicatoren als een groen BBP die ook de milieukosten van productie en consumptie meeneemt.

Toekomstoptimisme

“In de toekomst wordt alles beter, onze beste tijd moet nog komen”. Dat is een breed verankerd geloof en is – na WOII – in grote delen van de wereld ook waar gebleken. Maar de grenzen van wat de planeet kan hebben, zijn inmiddels bereikt en zonder hard bijsturen gaan we het als soort niet redden.

Het vooruitgangsoptimisme zorgt er voor dat we niet kunnen of willen accepteren dat we met duizelingwekkende snelheid op de afgrond afrazen en het roer moeten omgooien. De nu in het westen levende generaties kennen alleen de vooruitgang in termen van de consumptiemaatschappij: méér, mooier, lekkerder, makkelijker, sneller, verder, goedkoper. We hebben dringend een alternatieve toekomsvisie nodig.

Einde van de levenscyclus

Het ‘goede’ nieuws is dat dit neoliberaal geïnspireerde wereldbeeld zoals hierboven beschreven, het einde van zijn levenscyclus heeft bereikt. Het begint steeds meer te wringen, op steeds meer vlakken. Denk bijvoorbeeld aan de vele schandalen rond belastingontduiking op grote schaal, het meer dan bizarre debat over de afschaffing van de dividendbelasting en recentelijk ook het faillissement van ziekenhuizen.

Het beschreven wereldbeeld biedt niet het denkkader om de grote problemen van deze tijd aan te pakken. Klimaatontwrichting, verlies aan biodiversiteit en onrechtvaardige ongelijkheid vragen om een andere benadering. Meer zorg voor in plaats van roofbouw op de planeet, meer ‘ons’ in plaats van ‘ik’, meer samenwerking en minder concurrentie, meer maat houden in plaats van verkwisten.

Volgens Herman Wijffels bevinden we ons in een tijdperk dat hij de ‘hoogbloei van het laatkapiltalisme’ noemt. Het kapiltalisme heeft zijn werk gedaan en een ongekende economische groei mogelijk gemaakt. Maar nu is het natuurlijk kapitaal uitgeput en is het tijd voor een systeem waarin de planeet centraal staat. We zullen een ontwikkeling moeten doormaken van masculiene naar feminiene waarden. ‘Zorg voor het leven’ in de meest ruime zin zal centraal komen te staan. Best wel spannend eigenlijk.

Byebye 2017. Een alternatief jaaroverzicht

Het is de tijd voor het schrijven van een jaaroverzicht, maar of ik er zin in heb? En ook niet onbelangrijk, heeft een jaaroverzicht zin?

Een alternatief jaaroverzicht

Ik denk dat eigenlijk dat er al genoeg verstandige dingen zijn gezegd over politiek, economie en klimaat in 2017. Ik ga dat niet overdoen. Niet in de traditionele vorm althans. Mijn ‘jaaroverzicht’ ziet er daarom – met een knipoog – zo uit:

Klimaat, jaaroverzicht 2017
2017

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2018 en verder: wachten op doorbraken

En wat gaat 2018 ons dan brengen? Ik denk dat het vooral wachten is op grote doorbraken:

  • Dat al die burgers die nu vooral bezig zijn met hun eigen wereldje zich druk gaan maken over het klimaat en zelf in actie komen  en die ook eisen van politiek en bedrijfsleven.
  • Dat bij de politiek eindelijk het besef doordringt dat er snel grote stappen moeten worden gezet. Dat er geen tijd meer is om te mikken op 2030, 2040 of 2050. Dat ‘economie’ niet langer altijd het primaat kan hebben maar hand in hand moet gaan met de draagkracht van de planeet. En dat we – dus – dingen anders moeten gaan doen.
  • En dat grote klimaatvriendelijke innovaties eindelijk doorbreken omdat ze echt concurrerend zijn geworden. Denk aan elektrisch rijden, denk aan betaalbare isolatieconcepten voor de diverse typen woningen, denk aan decentrale energieproductie- en opslag.

Gaat dat allemaal in 2018 gebeuren? Ik hoop het van harte, maar realistisch is het vrees ik niet. Gelukkig gaat het stap voor stap de geode kant op, maar het gaat wel ontzettend langzaam. Of zoals Ruud Koornstra, de nationale energiecommissaris, het verwoordde: “Er komen ontzettend mooie innovaties aan, maar of we nog op tijd zijn voor het klimaat, dat is de spannende vraag.”

Sommigen zeggen tegen mij: wees nou blij met wat er goed gaat. Ik zeg dan: “Dat ben ik ook, maar het gaat allemaal veel te langzaam. Het klimaat wacht niet op ons.” En dan zie ik mensen soms radeloos, soms geschokt kijken, en dan haat ik mezelf even dat ik het wéér gezegd heb. Maar al het andere zou oneerlijk zijn. En als iedereen zegt dat het prima gaat, terwijl dat niet zo is, dan gaan we zeker weten niet op zoek naar hoe het sneller kan.

Zoeken naar versnelling

De vraag is dus hoe we de status quo, de apathie, de ontkenning kunnen doorbreken. Aan mensen laten zien dat het anders kan en dat zij daar ook zelf aan bij kunnen (moeten!) dragen. En ondertussen strategisch uitstelgedrag en leugens in politiek en bedrijfsleven ontmaskeren.

Ik geloof ondertussen niet meer zo in het schrijven van nog een stukje. Ook al ben ik dat nu wel aan het doen 😉 Want al die stukjes hebben de afgelopen jaren niet zoveel vooruitgang opgeleverd. Daarmee wil ik overigens niet zeggen dat de media moeten stoppen met stukjes schrijven en items maken. Ze hebben dat juist veel te lang niet voldoende gedaan en zijn nu bezig met een voorzichtige inhaalslag. Ga vooral zo door.

Maar ik denk dat ‘activisten’, mensen die iets willen veranderen, andere wegen moeten bewandelen, en gelukkig worden er tal van wegen bewandeld. Van ‘klimaatgesprekken’ via ‘Fossielvrij Onderwijs’ tot ‘Code Rood’. En niet te vergeten al die mensen die in kleiner of groter verband zelf aan de slag zijn met isolatie, zonnepanelen, windmolens, deelauto’s en nog veel meer. Ik denk dat we we ook andere manieren moeten verkennen. Ik ben al een tijdje op zoek naar andere vormen om de boodschap dat we heel hard aan de slag moeten voor het klimaat over te brengen. Omdat het zo verdraaid lastig is mensen buiten de klimaatbubble aan te spreken, laat staan mee te krijgen. Denk bijvoorbeeld aan literatuur, cabaret, beeldende kunst, zoiets.

Transities en turbulentie

Er komt een moment dat al die initiatieven één groot momentum krijgen, en dan zal het razendsnel gaan met de transitie naar een samenleving zonder fossiele brandstoffen. De vraag is wanneer het gaat gebeuren en hoe het er precies uit gaat zien, maar dat het gaat gebeuren daar twijfel ik niet aan.

De energietransitie zal nog veel veel beroering geven. Denk aan de grote en machtige olieconcerns, die al honderden miljoenen hebben geinvesteeerd in leugens en desinformatie over klimaatverandering. Denk bijvoorbeeld ook aan een land als Rusland. Wanneer de export van olie en gas opdroogt, valt de belangrijkste inkomstenbron weg, en het is maar zeer de vraag of dat land zich daar stilletjes bij zal neerleggen.

Nog meer turbulentie

En ondertussen staat de wereld niet stil en blijken we op meer vlakken in een transitie te zitten. Er zijn deskundigen die stellen dat nieuwe technologieën zoals de blockchaintechnologie tot een kaalslag zullen leiden in administratieve banen. En in Duitsland wordt steeds duidelijker dat door de overschakeling van de productie van benzine- en dieselauto’s op elektrische auto’s honderdduizenden werknemers overtollig zullen worden. Een elektrische auto telt immers veel minder onderdelen die bovendien ook nog eens minder hard slijten waardoor er veel minder onderhoud nodig is.

Dit alles betekent bestaansonzekerheid voor heel veel mensen zonder dat er ook nog maar een begin van een plan is hoe dit op te vangen. Omscholing zou een manier kunnen zijn. Er zullen immers een hoop huizen geisoleerd moeten worden. En in de zorg komen we nu al veel handen tekort. Een basisinkomen zou een andere manier kunnen zijn de gevolgen op te vangen. Maar in de politiek blijft het akelig stil. Het gaat nu toch prima met de economie en de arbeidsmarkt?

Latente onzekerheid en onvrede

Ik zie onder de oppervlakte een toename van onzekerheid en onvrede in onze samenleving. Onvrede over inkomensverhoudingen die scheef zijn gegroeid bijvoorbeeld en over het grote verschill tussen vaste en flexibele contracten. Over belastingtarieven die grote bedrijven en veelverdieners bevoordelen. Over belastingontwijking die door overheden wordt gefaciliteerd. En over kansen op de woningmarkt bijvoorbeeld.

Dat gevoegd bij de toenemende macht en invloed van de sociale media maar ook de trend dat ‘sterke leiders’ veel volgers trekkers èn hun eigen nieuwsaanbod (inclusief fakenews) genereren, zorgt voor een explosieve cocktail. Het feit dat klimaatverandering zal leiden tot nieuwe vluchtelingenstromen naar en binnen Europa, speelt deze nieuwe ‘leiders’ in de kaart. Mense voelen dat er van alles gist en borrelt, maar kunnen er nog geen vinger op leggen. En het is voor mij zeer de vraag of dit systeem, of misschien beter gezegd het huidige type politici, de komende turbulenties in goede banen kunnen leiden.

Investeren in verbinding op lokaal niveau

Wat kunnen we dan doen? Behalve dapper doorgaan natuurlijk? Behalve minder vlees eten, minder vliegen etc? En ons laten horen? Ik denk dan vooral aan verbinding zoeken op lokaal niveau. Met vrienden, met buren. Want samen weet en kun je méér en krijg je dingen voor elkaar die in je eentje een stuk lastiger zijn. En samen ben je ook weerbaarder als het er op aan komt. Dus investeren in verbinding is wat mij betreft een mooi motto voor het nieuwe jaar.

Dat gezegd hebbend, wens ik u een gezond en gelukkig 2018 toe!

 

We moeten stoppen met ons recht om te vervuilen

Hé, dat is een rare titel. Er bestaat toch helemaal geen recht om het milieu te vervuilen? Nou, ik denk dus van wel, zoals ik zal aantonen, en we hebben het hier ook nog eens over een zéér relevant en superactueel probleem.

Vliegen is slecht voor het klimaat
Vliegen is slecht voor het klimaat

 

Misschien is het zelfs de kern als we het hebben over onze milieuproblemen. We weten namelijk heel goed dat we als mensheid op een fundamenteel verkeerd pad zitten. En we weten ook dat we onze vervuilende activiteiten af moeten bouwen, om te beginnen met de uitstoot van broeikasgassen. En dat we moeten stoppen met het toebrengen van schade aan de biodiversiteit en met het opmaken van niet-hernieuwbare grondstoffen. Zie hiervoor ook mijn vorige blog over de vier transities die nodig zijn.

Maar in de praktijk gaan de daarvoor noodzakelijke veranderingen traag, héél traag. Als we zo doorgaan zelfs te traag om een leefbare aarde over te houden. En die traagheid heeft alles te maken met het vasthouden aan verworven rechten, en daarmee ook aan het ‘recht’ om de planeet te mogen vervuilen.

Intermezzo over rechten en vrijheden

In onze westerse samenleving zijn vrijheden en rechten een groot en belangrijk goed. Gelukkig maar. Zij maken dat we zonder bang te hoeven zijn kunnen zeggen en schrijven wat we willen zeggen, dat we kunnen doen wat we willen, dat we kunnen zijn wie we willen zijn. Onze rechten zijn verankerd in de Grondwet. Maar er zit ook een grens aan de uitoefening van die vrijheden, en die grens ligt daar waar de uitoefeningen van vrijheden door de één ten koste gaan van de vrijheden van de ander. Bij ons is het de onafhankelijke rechter die oordeelt over wanneer grenzen overschreden worden.

Recht om te consumeren = recht om te vervuilen

Een ander ‘recht’ dat hoort bij onze samenleving is het recht om onbeperkt te consumeren. Met andere woorden: consumeren waar je zin in hebt. Soms, als iets heel schadelijk is, stuurt de overheid het vrije consumeren bij met geboden en verboden. Of stelt ze heffingen en subsidies in om consumptie te ontmoedigen of juist te bevorderen. Maar los daarvan mag je in onze samenleving consumeren waar je zin in hebt, in de hoeveelheden die je wenst. Mits je het kan betalen natuurlijk.

Vier keer per jaar met het vliegtuig weg, dan ben je een echte wereldburger. In je eentje in een benzineslurpende SUV naar  werk of sportschool, lekker comfortabel. Hartje zomer de was drogen in de wasdroger, handig en snel klaar. Midden in de winter gezellig chillen op een terras, lekker warm dankzij de terrasverwarmer.

Deze opsomming valt eindeloos uit te breiden, maar de kern is steeds dezelfde. Voor ons plezier en gemak verspillen we energie en grondstoffen en vervuilen we ons milieu. Gewoon omdat het kan, omdat we het kunnen betalen, omdat iedereen het doet en omdat het mag. Want de overheid heeft het niet verboden, en dus mag het. Of de overheid heeft wel regels gesteld, maar handhaaft ze niet. Ziedaar het ‘recht’ om te vervuilen.

Waar hier ‘consumeren’ staat, kun je overigens moeiteloos ook ‘produceren’ invullen. Alleen geldt daarvoor nog eens extra dat je regels die in ons land gelden kunt omzeilen door elders op de wereld te produceren, je kunt lobbyen tegen lastige regels en je belastingafdracht kunt vermijden door winsten boekhoudkundig naar landen te sluizen met lage belastingen. En met de dreiging om jezelf of je winsten te verhuizen, kun je overheden ook nog eens prima onder druk zetten.

Drievoudig falen

Wat we zien is eigenlijk een drievoudig falen, namelijk van markt, politiek en maatschappij. De prikkels om niet de juiste grenzen te stellen aan vervuilende activiteiten zijn kennelijk te groot. Want (bijna) iedereen verdient eraan en heeft er plezier van. In ieder geval in de westerse landen en steeds meer ook in landen als China en India. Ga daar maar eens tegenin. En zo feesten we door met grote beloften en kleine verbeteringen. Erop hopend dat als het echt uit de hand loopt, we nog op tijd kunnen bijsturen.

De meesten van ons weten eigenlijk wel dat dit zorgeloze feestje niet meer lang op deze manier kan doorgaan. Dat onze vrijheid om te consumeren en ons ‘recht’ te vervuilen nu al ten koste gaat van anderen elders op deze planeet. En dat ze zeker weten ten koste zullen gaan van onze kinderen en kleinkinderen.

Onze liberale samenleving blaast hier dus keihard één van haar eigen beginselen op, namelijk dat de vrijheid van de één niet ten koste mag gaan van de vrijheid van de ander.

En toch laten we onze ontplooiing hier en nu evident ten koste gaan van de ontplooiing van anderen elders op deze aarde, en van de kansen op ontplooiing van toekomstige generaties. We weten het, en tòch gaan we ermee door. We laten ons verblinden door reclames voor snelle auto’s en verre vliegvakanties. Laten ons in slaap sussen door beloftes van politici. En houden ons vast aan technologische utopieën. Omdat in de toekomst altijd alles beter wordt, toch?

Tijd om de landing in te zetten

Het wordt na dit consumptiefeestje op grote hoogte dus hoog tijd dat we de landing inzetten. Als we snel zijn wordt het nog een beetje zachte landing. Hoe langer we wachten, hoe harder de landing en hoe groter de kans op een crash. En daarmee zijn we weer bij de vier transities van mijn vorige blog.

In mijn visie ligt de sleutel voor de noodzakelijke verandering bij de bevolking. Bij u, jou en mij dus. Politiek, media en bedrijfsleven hebben namelijk laten zien dat zij niet in staat zijn om het gewenste leiderschap voortvarend op te pakken. Dat is meer dan teleurstellend, wat we hebben hen hard nodig. Maar helaas zie ik deze actoren nog niet 1-2-3 ontsnappen aan de belangen en beperkingen waar zij zich in hebben laten vangen. Daarmee is de bevolking de enige overgebleven bron van noodzakelijke impulsen. Zie ook mijn eerdere blog ‘Power to the people’ over dit thema.

En uiteraard begint dit met kleine groepjes individuen voor wie de behoefte aan verandering zo groot wordt dat zij zich ervoor gaan inspannen. En naarmate die groep groter wordt, volgen politiek, bedrijfsleven en media. Omdat ze eerst de kat uit de boom kijken en geen blauwtje willen lopen.

Wat we nodig hebben zijn grote veranderingen zoals aanpassingen van wetten en sluiten van kolencentrales. Maar het gaat net zo goed om kleine veranderingen. Want veel kleine veranderingen maken één grote verandering. En ze geven bovendien een duidelijk signaal aan maatschappij, politiek en bedrijfsleven.

Wat we zelf kunnen doen

Het goede nieuws is dat we zelf heel veel kunnen doen. Geen of minder vlees eten. Niet of minder vliegen. Meer fietsen en met het openbaar vervoer. Isoleren. Zonnepanelen op het dak. Meer groen en minder stenen in de tuin. Om maar wat te noemen.

En praten, véél praten. Met familie, vrienden, buren, ondernemers en politici. Over wat er aan de hand is, waar je je zorgen over  maakt en wat je zelf eraan doet en wat anderen kunnen doen. En wat we samen kunnen doen. Want wij mensen zijn sociale wezens en vormen onze opvattingen in interactie met onze omgeving. Uit alle inputs die we krijgen uit gesprekken, media en reclame destilleren we onze meningen.

En verder natuurlijk actie voeren en druk uitoefenen op politiek, bedrijfsleven en media. Blijf niet afzijdig, toon burgerschap, laat je zien en horen! Het legertje klimaatactivisten heeft versterking nodig want er moet nog heel veel gebeuren!

Elke bijdrage telt

Een belangrijke vraag die bij veel mensen leeft is: maakt het eigenlijk uit als ik iets doe tegen klimaatverandering? Mijn kleine bijdrage tegenover de grote besluiten die in politiek en bedrijfsleven moeten worden genomen? Volgens mij kun je daar op 3 manieren naar kijken.

  1. De eerste manier is vanuit de paradox dat ieder van ons te klein is om in zijn eentje een zichtbaar verschil te maken, maar dat we samen wel verantwoordelijk zijn voor klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit en het opraken van grondstoffen. Samen hebben we dus juist heel veel impact. En veel kleine bijdragen maken één grote bijdrage. Dus…
  2. De tweede manier om ernaar te kijken is dat elke kilogram CO2 telt. Alles wat we nu niet in de lucht blazen, zorgt de komende decennia niet voor verdere opwarming. Zo simpel is het.
  3. De derde manier is dat dat het gewoon goed voelt om dat te doen wat goed is voor de planeet. En dat het juist niet goed voelt om steeds weer dingen te doen waarvan je weet dat je ze eigenlijk niet zou moeten doen.

Alles of niets

Om de goede dingen te doen hoef je heus geen kluizenaar te worden die zich alle luxe ontzegt. Laat je niet vangen in een ‘alles of niets’-tegenstelling! Dat je denkt dat als je niet al datgene kunt of wilt doen dat goed is voor de planeet, het dan toch allemaal geen zin heeft. Doen wat binnen je mogelijkheden ligt, is al een belangrijke bijdrage. Dat zouden we allemaal moeten doen. Vergelijk het met roken. Als stoppen met roken niet meteen lukt, hoeft dat niet te betekenen dat je zoveel moet blijven roken als je deed. Minder roken is ook gewoon goed voor je gezondheid (en je portemonnee).

Ons energie- en grondstoffengebruik matigen en de biodiversiteit een boost geven, daarmee tijd kopen en ondertussen grote veranderingen afdwingen, dat is de strategie waarmee we de planeet inclusief onszelf helpen overleven.

Beïnvloedingsstrategieën

Maar hoe krijgen we onszelf – en elkaar – dan zover dat we de goede dingen gaan doen? Er zijn meerdere strategieën en daar is ook discussie over. Veel deskundigen en activisten zeggen dat je mensen niet moet confronteren en hen geen angst moet aanjagen maar ze moet verleiden. Met goede voorbeelden dus die mensen kunnen volgen, en door veranderen makkelijk en aantrekkelijk te maken.

Ik denk dat deze strategie absoluut een hele waardevolle is, maar dat deze er vanuit gaat dat we nog veel tijd hebben, en dat veranderen altijd ‘leuk’ kan zijn. Maar zoveel tijd hebben we niet, en veranderen is niet altijd alleen maar leuk.

Ik denk daarom dat we naast de verleidingsstrategie ook meer confronterend te werk moeten gaan. Mensen confronteren met hun onduurzame gedrag. De aandacht trekken, misschien met een knipoog, maar toch. De gevoelde spanning vergroten tussen wat men doet en wat men zou moeten doen. Zo werkt reclame immers ook. En het mag ook best een beetje schuren. Het gaat immers om onze toekomst!

Ik vind het spannend om met de tweede strategie te experimenteren. Het eerste resultaat daarvan heb ik als figuur bij dit blog gevoegd. Voel je vrij om hem te delen. Er zit geen copyright op 😉 En ik ben benieuwd wat je ervan vindt. Feedback is welkom!

Het nieuwe regeerakkoord: is het glas halfvol, of halfleeg?

Zeven maanden na de verkiezingen was het afgelopen week zover. Daar was het dan: het nieuwe regeerakkoord! En dat roept natuurlijk de vraag op wat ‘we’ er nou van vinden. In deze bijdrage zet ik mijn gedachten daarover op een rijtje, in het bijzonder op het gebied van het klimaat.

‘Groenste regeerakkoord ooit’

Eerst maar eens met een positieve bril naar het akkoord kijken. Volgens de partijen die deelnemen aan de coalitie is dit het groenste regeerakkoord ooit. En inderdaad, er staan een hoop goede duurzame doelen, voornemens en maatregelen in. Ik noem er enkele:

  • 49% minder CO2 in 2030 (ten opzichte van 1990)
  • alle kolencentrales gaan dicht (uiterlijk 2030)
  • meer wind op zee
  • de aansluitplicht op het aardgasnet wordt voor nieuwbouwwoningen afgeschaft
  • er komt een impuls voor het van het gas afhalen van bestaande woningen
  • in 2030 rijden er alleen nog emissieloze auto’s.

Dat zijn zonder meer belangrijke stappen die de transitie naar een koolstofarme economie vooruit helpen. Het is ook een duidelijke boodschap voor bewoners en bedrijven: hou er maar rekening mee, de energietransitie komt er nu echt aan. En ik moet toegeven, met VVD en CDA aan tafel had ik op (veel) minder gerekend.

Tea Mäkipää & Halldór Úlfarsson, Atlantis, Museum Schloss Moyland
Tea Mäkipää & Halldór Úlfarsson, Atlantis, Museum Schloss Moyland

Maar een regeerakkoord is nog geen realiteit

Daarmee is nog niet alles gezegd. Want doelen, voornemens en maatregelen in een regeerakkoord moeten eerst nog worden omgezet in beleid. Of moeten in Europees verband worden afgesproken. En daarna worden uitgevoerd. Dan zal blijken hoe groot de maatschappelijke weerstand zal zijn, evenals de politieke weerstand, ook van partijen als de VVD en het CDA.

Het regeerakkoord biedt dus legio kansen voor uitstel of afstel. Daar komt bij dat de grote klimaatklappers vrijwel allemaal voorzien zijn in de jaren na deze kabinetsperiode. Nu kun je redeneren dat dat logisch is. Een energietransitie regel je nou eenmaal niet binnen vier jaar. Maar je kunt de komende vier jaar wel gebruiken om in beleid en wetten de basis ervoor te leggen. Positief is dat dit ook precies is wat het nieuwe kabinet lijkt te willen gaan doen.

Bovendien: het regeerakkoord is niet duurzaam genoeg

Maar je kunt het akkoord ook op een andere manier bekijken. Niet vanuit de invalshoek van politiek realisme van wat er aan de onderhandelingstafel mogelijk was, maar vanuit de invalshoek van de harde noodzaak. Concreet: wat moet er gebeuren om de opwarming van de aarde onder de 1,5 graden te houden?

Wanneer je het akkoord op die manier tegen het licht houdt, moet je constateren dat het niet genoeg is. Zelfs op papier niet, nog los van alle concretisering en uitvoering die nog moet plaatsvinden.

Jelmer Mommers, de klimaatjournalist van De Correspondent verwoordt het in zijn analyse van het regeerakkoord als volgt:

Rutte III wil dat de CO2-uitstoot in 2030 – over 13 jaar – 49 procent lager ligt dan in 1990. Dat is ambitieus. Maar het probleem is dat je het doel van Parijs – maximaal 2 graden Celsius opwarming, streven naar 1,5 – hiermee niet haalt. Voor 2 graden is volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) een reductie van 55 procent in 2030 nodig. En om uit te komen op 1,5 graad is een reductie van 60 procent noodzakelijk. Daar komt Nederland zo bij lange na niet.

Verder gokt het nieuwe kabinet op het onder de grond stoppen van CO2

En dan hebben we het nog niet gehad over de dure en onzekere maatregel om CO2 af te vangen en op te slaan. Begrijp me niet verkeerd, ik denk dat we zeker met deze maatregel aan de slag moeten gaan. Ik denk dat we niet de luxe hebben om te roepen dat je hiermee de fossiele industrie uitstel geeft. Ik denk dat we niet zonder het opbergen van CO2 kunnen, willen we het klimaat nog een beetje leefbaar houden. Maar dat we ondertussen alles in het werk stellen om de uitstoot zo snel mogelijk tot 0 terug te dringen.

Het probleem met de maatregel in het regeerakkoord is de enorme omvang van de reductie (18 Megaton) die het kabinet op deze manier wil bereiken in 2030. En dat terwijl tot op heden nog helemaal geen CO2 op deze manier in ons land is opgeslagen. Daarmee neemt het kabinet een enorme gok en wordt het behalen van de reductie van 49% in 2030 bij voorbaat hoogst onzeker. En die reductie was al te weinig om de 2 graden doelstelling te halen.

Conclusie: meer zit er dus niet in, voor nu?

De vraag is nu wat te doen met deze inzichten. Mijn conclusie is dat we geen genoegen kunnen nemen met een conclusie ‘meer zat er dus deze keer niet in’. Ik geloof meteen dat het met partijen als VVD en CDA aan tafel lastig onderhandelen is op het gebied van klimaat. Maar het gaat hier wel om de toekomst van onze planeet. Hoe kunnen we nou andere landen aanspreken op hun verplichting om hun CO2-uitstoot terug te brengen als wij als rijk land al niet doen wat nodig is? En dat terwijl ons land met zijn ligging onder zeeniveau ook nog eens een extra groot belang heeft bij het zo veel mogelijk beperken van de klimaatverandering en daarmee ook de zeespiegelstijging?

Nee, het valt niet te accepteren dat we 4 jaar lang aan deze afspraken zijn geketend. Ook al gaan de doelen, voornemens en maatregelen verder dan alles wat eerder is vastgelegd, het is gewoon onvoldoende. Het gekozen motto ‘Vertrouwen in de toekomst’ levert in dat perspectief zelfs een beetje cynische bijsmaak op.

Ik vrees dat de kans klein is dat de vier partijen het regeerakkoord openbreken en dit moeilijk bevochten compromis aanscherpen. Maar politiek realisme kan en mag niet voorkomen dat het denken stopt. Het is te hopen dat mede door dit regeerakkoord snel veel meer mensen zich bewust worden van de overlevingsstrijd waar we in terecht zijn gekomen. En dat ze besluiten er zelf naar te handelen, en de politiek met hun bezorgdheid onder druk te zetten. Het wordt een spannende tijd, met een keiharde strijd. Maar de inzet is dan ook hoog, voor ons als mensheid. Hoger kan niet.

 

Het nieuwe regeerakkoord kunt u hier downloaden.

 

Hoe olie- en gasbedrijven aan kindermarketing mogen doen

Graag deel ik dit uitstekend artikel van Jelmer Mommers in De Correspondent, waar ik buikpijn van krijg. Het gaat over de manier waarop de fossiele energiesector kinderen op school een verkeerde voorstelling van zaken mag geven over het klimaatprobleem en de oplossingen ervoor. Het gaat dus met name over de NAM (aardgas, Groningen, aardbevingen) en Shell (olie, aardgas, voor de helft eigenaar van de NAM). En het gaat ook over politiek en maatschappij die dit soort kindermarketing toelaten.

De kern van het artikel

Jelmer Mommers van De Correspondent verwoordt het zo:

“Veel lesmateriaal is op het eerste gezicht neutraal. ‘Hoe wordt aardgas gewonnen?’ is dan bijvoorbeeld de vraag, of ‘hoe is het om te leven op een boorplatform?’ Maar in al deze lespakketten schemert de visie van de gasbedrijven door. Samenvattend is de boodschap:

– Gas is een noodzakelijk onderdeel van de energiemix; het is ‘normaal,’ ‘hoort erbij,’ en ‘bron van onze welvaart.’
– De overgang naar een klimaatneutrale economie is belangrijk, maar het is onrealistisch te denken dat die snel kan gaan.
– Oplossingen die de gasindustrie al jarenlang promoot, verdienen de voorkeur. Denk aan waterstofauto’s en de ondergrondse opslag van CO2 waar Shell op inzet.

Je kunt honderd keer lesgeven met dit lesmateriaal; dan nog zal een leerling niet het gevoel hebben dat het energiesysteem dat we nu hebben dringend moet veranderen omdat er iets grondig mis is met het klimaat. Omdat dat er simpelweg niet in staat.”

Buikpijn

Maar waarom krijg ik hier nou buikpijn van? Omdat deze bedrijven alle mogelijkheden inzetten om hun omzet veilig te stellen en te vergroten? Inclusief slinkse beïnvloeding tot en met in het klaslokaal? Mja, misschien. Maar waar ik echt buikpijn van krijg is de manier waarop we daar in Nederland en in Den Haag mee omgaan. Die houding van ‘eigen verantwoordelijkheid’ (van de docent en de ouders) en ‘er zitten toch ook goede kanten aan’. ‘Moet kunnen, toch’? ‘Wat gaat er nou echt mis’?

Nou wat er echt mis gaat is dat je kinderen een verkeerd beeld voorschotelt over de toestand van de wereld en wat er moet gebeuren. Daarmee ontneem je deze kinderen de kans een bijdrage te leveren aan een toekomst die bij benadering net zo prettig zal zijn als de onze. Want wat kinderen op jonge leeftijd met gezag wordt bijgebracht, blijft lang hangen. Dat weten we allemaal.

Argumenten en moreel leiderschap

Het gaat in politiek en maatschappij om argumenten en steun voor die argumenten. Daarom schrijf ik dit stukje. In de hoop dat het eraan bijdraagt dat deze praktijken zsm gaan stoppen. Dat de overheid haar verantwoordelijkheid neemt en een flinke stok steekt voor het beïnvloeden van kinderen, nota bene op hun eigen school. Deze kindermarketing onmogelijk maakt.

En dat de bedrijven die in fossiele energie doen en veel te weinig doen voor een schone en veilige toekomst ook als zodanig worden aangesproken en niet ook nog een subsidie voor een kinderfestival ‘Generation Discover’ krijgen om hun boodschap verder te verspreiden, met medewerking van de overheid.

Het gaat dus om argumenten en om moreel leiderschap. Tegen een machtig bedrijf als Shell ‘nee’ te durven zeggen. Dat vergt lef, zeker van lokale politici. Ik durf de stelling aan dat dit soort negerend en vergoelijkend gedrag ertoe leidt dat het gezag van de politiek (verder) erodeert.

Schaamteloos cynisme

De hele strategie van de olie- en gassector is om de aandacht van hun eigen gebrek aan handelen af te leiden. In die zin is het briljant om samen met een partner als Defensie een zogenaamd technologiefestival ‘Generation Discover’ te organiseren. Zelfverklaard doel is kinderen meer voor technologie te interesseren. Omdat er al zo weinig technici in ons land zijn. Een argument waar ook de gemeente Den Haag voor valt en daarom een ton subsidie geeft.

Kinderen mogen een overstromingsramp oplossen
Kinderen mogen een overstromingsramp oplossen

Even briljant als schaamteloos cynisch is het om kinderen tijdens dat festival ‘Generation Discover’ een overstromingsramp in de Randstad te laten oplossen. Zie ook bijgevoegde foto. Vast zonder erbij te vertellen dat Shell met zijn invalshoek ‘maar de maatschappij wil toch graag dat wij fossiele brandstoffen leveren?’ zeespiegelstijging bevordert. Door 99% van menskracht en financiële middelen NIET in duurzame oplossingen te investeren. En daarmee een overstromingsramp dichterbij brengt.

Soms moet je om van je eigen falen af te leiden, gewoon frontaal in de aanval gaan. Iets gewoon als een gegeven brengen in plaats van als iets waar je zelf medeschuldig aan bent. Anderen aan het werk zetten in plaats van zelf aan de slag te gaan. Hoe eenvoudig eigenlijk.

Links

https://decorrespondent.nl/7409/zo-beinvloeden-olie-en-gasbedrijven-het-nederlandse-onderwijs/1673827928982-23939b55

https://decorrespondent.nl/6082/de-pr-praatjes-van-shell-zijn-een-stuk-groener-dan-de-investeringen/193184141238-5f06e808

Energietransitie: hoe sla je groene stroom op?

Hobbel in de energietransitie

Een belangrijke hobbel in de energietransitie is tot nu toe het opslaan van duurzaam geproduceerde stroom. Immers, als het hard waait of als de zon hard schijnt wordt er veel groene stroom geproduceerd, maar de piekvraag kan wel eens op een heel ander moment liggen. Dat betekent bijvoorbeeld dat in Duitsland windturbines worden uitgezet op het moment dat er minder vraag naar stroom is dan aanbod. Zou men de turbines laten doordraaien, dan is de kans groot dat de onbalans ervoor zorgt dat het net ‘uit elkaar knalt’. En op grote schaal groene stroom opslaan is lange tijd erg lastig geweest.
 

Van fossiel naar fossil free
Van fossiel naar fossil free

En dat is heel erg zonde, want op die manier gaat er veel potentie aan duurzame energie verloren. En het betekent ook dat we aangewezen blijven op centrales gestookt op kolen, gas of kernenergie om op de momenten dat er een tekort aan groene stroom is bij te springen met vieze grijze stroom. Daarom wordt er op vele plekken hard gewerkt aan oplossingen. Ik noem er vier.

Smart grids

Een manier om vraag en aanbod op het stroomnet te balanceren zijn zogenaamde smart grids. Slimme stroomnetten dus. Zo’n slim net zorgt er bijvoorbeeld voor dat de aangesloten wasmachines gaan draaien op het moment dat de wind hard waait. Met deze smart grids wordt op verschillende plekken geëxperimenteerd maar ze bestaan nog niet op grote schaal.

Grote batterijen voor thuisgebruik

Maar er wordt ook hard gewerkt aan manieren om duurzame stroom op te slaan. Zo zijn er nu grote batterijen te koop die je thuis kunt installeren en waarmee je de zonnestroom van je dak kunt opslaan totdat je hem nodig hebt. Zie bijvoorbeeld de Powerwall van Tesla, maar ook Ikea gaat in het VK zoiets aanbieden. Het fijne hiervan is dat je dit zelf thuis kunt installeren en daarmee ook iets onafhankelijker wordt van het stroomnet.

Elektrische auto’s als mobiele batterijen

Een andere manier is om elektrische auto’s te gebruiken als mobiele batterij. Zodra zo’n auto aangesloten is op het stroomnet, kun je hem via een smart grid laden als er veel duurzame stroom beschikbaar is, en de stroom onttrekken op het moment dat er meer stroom wordt gevraagd dan er duurzaam wordt geproduceerd. Deze techniek wordt inmiddels getest op meerdere locaties.

Groene stroom omzetten in waterstofgas

Een derde manier is om het overschot aan duurzame stroom om te zetten in waterstofgas. Op die manier hoeven de windturbines dus niet te worden uitgezet als er een overschot is. De Duitse lokale energiebedrijven (‘Stadtwerke’) hebben net een proef van 3 jaar met zo’n installatie afgerond en zijn er enthousiast over. Zie deze link. Het rendement van de installatie is 77% en de verwachting is dat dit verder kan worden verbeterd. Ter vergelijking: het rendement van een kolencentrale is 30% en van een gascentrale zo’n 60%.
Het waterstofgas kan worden opgeslagen en later naar behoefte weer worden omgezet in elektriciteit. Dat levert dan echter wel een verlies aan rendement op. Het gas kan ook worden bijgemengd in het aardgasnet (tot een aandeel van 10%) dat op die manier wordt vergroend. Of het kan via een tankstation worden getankt door voertuigen die op waterstof rijden.

Hoe nu verder

Het is spannend om te zien hoe snel de ontwikkelingen gaan. Het zal er op aankomen welke keuzes de overheden, netbeheerders, bedrijven en consumenten nu gaan maken.
 
– Met dank aan Emiel Spanier voor het bereidwillige poseren op de foto.