Als gemeente klimaatneutraal worden in 7 vragen en antwoorden

Veel gemeenten hebben als doel om in 2040 klimaatneutraal te zijn. Sommige willen dit doel zelfs eerder bereiken. Maar wat betekent het eigenlijk voor een gemeente om klimaatneutraal te worden? En hoe makkelijk of moeilijk is het om dat doel te bereiken? Lees het in zeven vragen en antwoorden.

Klimaatneutraal worden roept vraagtekens op
Klimaatneutraal worden roept vraagtekens op

Hoe verwarmen we onze huizen en kantoren in een klimaatneutrale stad?

Klimaatneutraal betekent dat we geen fossiele brandstoffen meer gebruiken. Dus we verwarmen onze huizen in ieder geval niet meer met gas. Een alternatief is aansluiting van de woning op een warmtenet dat wordt gevoed met een duurzame warmtebron zoals aardwarmte. Voor de aanleg van een warmtenet moet de straat open en worden er nieuwe leidingen gelegd. Is een woning al goed geïsoleerd, of kan ze goed geïsoleerd worden, dan is een warmtepomp wellicht een betere oplossing. Ook infraroodpanelen zijn wellicht een optie. In alle gevallen geldt: hoe beter je huis geïsoleerd is, hoe minder warmte je nodig hebt. Gemeente en bewoners gaan samen op zoek naar de beste oplossingen.

Hoe koken we in een klimaatneutrale stad?

Omdat we van het gas afgaan, koken we voortaan op elektriciteit. Heel eenvoudig, met inductie of keramisch. Het eten dat we koken, komt steeds vaker uit eigen stad of uit de omgeving. Dan zijn er minder vrachtwagens en vrachtschepen nodig om het voedsel te vervoeren.

Hoe verplaatsen we ons in een klimaatneutrale stad?

Auto’s, vrachtwagens, bussen en scooters rijden straks niet meer op fossiele brandstoffen maar elektrisch. Misschien dat waterstof ook een rol gaat spelen als brandstof, maar dat is nog niet met zekerheid te zeggen. Al het vervoer wordt in ieder geval schoon en veel stiller. Dan wordt de lucht die we inademen een stuk frisser!

Het zou goed kunnen dat er veel minder auto’s op straat staan, omdat er beter openbaar vervoer is en mensen dichter bij huis werken. Veel mensen zullen een auto delen met andere bewoners in de straat of de wijk. Op die manier ontstaat er meer ruimte voor bomen, om te spelen en om fietsen te parkeren.

Hoe komen we aan stroom in een klimaatneutrale stad?

De stroom die buiten de stad wordt opgewekt, komt niet meer uit gas- of kolencentrales, maar vooral van grote windparken op zee. In de stad verschijnen veel meer zonnepanelen en zonneboilers op de daken. Steeds meer mensen wekken hun eigen elektriciteit op, vaak samen met hun buurtgenoten. Er komen ook meer grote batterijen om duurzaam opgewekte energie op te slaan tot het moment dat hij nodig is. En het zou heel goed kunnen dat de accu’s van elektrische auto’s als buffers gaan dienen (overdag de accu’s opladen met zonnestroom, ’s avonds de energie teruggeven aan het net om op te koken en tv mee te kijken). Belangrijk is dat we met zuinige apparaten en zuinig gedrag de vraag naar elektriciteit terugdringen.

Hoe makkelijk of moeilijk is het om ‘klimaatneutraal’ te worden?

Er moet veel gebeuren in relatief korte tijd, maar technisch is het niet zo ingewikkeld. Alle technologie die we nodig hebben is beschikbaar. Misschien dat er nog wat mooie nieuwe vondsten bijkomen, maar ook met wat we nu hebben, gaat het lukken. Dat wil nadrukkelijk niet zeggen dat het een eenvoudige opgave is.

Klimaatneutraal worden is namelijk wel een kwestie van knopen doorhakken, goed plannen en financiële hobbels opruimen. Want bewoners – of het nou huiseigenaren zijn of huurders – zullen alleen dan meewerken als ze de investering kunnen betalen of financieren via een lening. Bewoners die daartoe niet in staat zijn of de investering niet binnen overzienbare termijn kunnen terugverdienen, zullen die investering dan ook niet (kunnen) doen.

Wat is de rol van de gemeente?

Deze megaoperatie kan alleen maar van de grond komen, als de gemeente haar rol van regisseur en aanjager voortvarend oppakt. Dat betekent dat er flink meer menskracht en geld nodig is om met de planning en uitvoering aan de gang te gaan en om ervoor te zorgen dat huiseigenaren en huurders meedoen.

De gemeente komt hierbij als vanzelf een aantal nog niet opgeloste vraagstukken tegen zoals:

  • Omdat een wettelijke verplichting om huizen klimaatneutraal te maken er (vooralsnog ) niet is, kan de gemeente bewoners niet dwingen mee te werken. De gemeente moet dus vooral verleiden. Dat kan misschien zelfs leiden tot betere oplossingen, maar het kost in ieder geval meer tijd en… geld. Maar de middelen van de gemeente zijn wel beperkt.
  • Welke rol gaat het Rijk op zich nemen, en wanneer? Komt het Rijk met een wettelijke verplichting? En komt het Rijk met subsidies om bewoners te verleiden klimaatneutraal te worden, en komt er een financieel vangnet die de overstap echt niet zelf kunnen betalen of financieren?
  • In de aanloop naar een evt wettelijke verplichting is de vraag: waar ligt de grens van wat je van bewoners mag verwachten als het gaat om het investeren in klimaatneutrale huizen en woningen? En wanneer springt de overheid bij, al is het maar omdat anders de transitie niet van de grond komt?
  • Onzekerheden over een wettelijke verplichting en over financiële tegemoetkomingen kunnen leiden tot (strategisch) uitstelgedrag bij bewoners. Bewoners zullen in de tussentijd vooral die maatregelen nemen die makkelijk te realiseren zijn en snel terug te verdienen. Dat betekent dat een grote meerderheid van de woningen niet binnen afzienbare termijn op eigen initiatief volledig klimaatneutraal zal worden. Het goede nieuws is dat bewoners wel op grote schaal energiebesparende maatregelen zullen nemen en investeringen zullen doen in het opwekken van duurzame energie.

Is het resultaat de moeite waard?

Absoluut! Niet alleen omdat we op die manier onze bijdrage leveren aan het tegengaan van klimaatverandering. Maar ook omdat een klimaatneutrale stad een stuk groener, gezonder en meer ontspannen is dan de stad die we nu kennen.

Conclusie

De uitdaging voor gemeenten is om in dit speelveld:

  1. een strategie te ontwikkelen die zoveel mogelijk bewoners verleidt om zelf te investeren in de energietransitie,
  2. te zorgen dat de maatregelen die bewoners nu zelf nemen goed aansluiten op maatregelen die de gemeente nu neemt en op maatregelen die later nog zullen volgen om volledig klimaatneutraal te worden,
  3. zelf de juiste randvoorwaarden te scheppen en investeringen te doen die hoe dan ook noodzakelijk zijn, ongeacht de besluiten die het Rijk later neemt. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om het tot stand (helpen) brengen van warmtenetten,
  4. en ondertussen krachtig te lobbyen bij het Rijk om snel een duidelijke routekaart voor het klimaatneutraal maken van Nederland te ontwerpen en daarin duidelijkheid te bieden over de vragen en dillemma’s die hierboven zijn beschreven.

 

Met dank aan Femke Sleegers voor het meelezen met eerdere versies

Ruimteschip Moeder Aarde

In mijn zoektocht naar andere manieren om de klimaatproblematiek onder de aandacht te brengen, hierbij een tweede gedicht. Mijn eerste gedicht heb ik als onderdeel van mijn vorige post gepubliceerd.

Dit gedicht gaat over de koers van de mensheid in relatie tot klimaatverandering.

 

Ruimteschip Moeder Aarde

 

Met alleen de energietransitie gaan we het niet redden

Energietransitie gaat te langzaam

Het is even schrikken voor diegenen die dachten dat we goed bezig zijn met onze energietransitie. Je weet wel, de energietransitie is die grote overstap die we moeten maken van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen. Zodat we op die manier het klimaat nog een beetje kunnen redden. En daarmee de toekomst van onze planeet kunnen veiligstellen.

Zoals ik al in mijn vorige blog schreef, is de ambitie van het nieuwe kabinet te laag en duurt de energietransitie in het huidige tempo te lang.

Met bruinkool gestookte elektriciteitscentrale van RWE in Duitsland
Met bruinkool gestookte elektriciteitscentrale van RWE in Duitsland

 

Snel met meer transities aan de slag

Het heeft even geduurd, maar nu is het ook mij duidelijk. Met alleen de energietransitie komen we er niet. Er zijn meer grote problemen die we moeten aanpakken. Alsof één transitie nog niet moeilijk genoeg is, moeten we met meer transities aan de slag. En snel ook.

Het ‘grappige’ is dat ik enkele maanden nog dacht dat we eerst met de energietransitie aan de slag moeten voordat we aan die andere transities kunnen beginnen. Dit omdat we anders onze politici – en onze samenleving – compleet overvragen. Maar ik geef toe: ik zat er compleet naast. We kunnen niet wachten totdat de energietransitie een eind op streek is, we kunnen de transities niet één-voor-één doen. We zullen ze tegelijk en parallel moeten uitvoeren. En we hebben geen tijd te verliezen.

 Eindeloos genieten…

We zijn met zijn allen verslaafd geraakt aan eindeloos genieten. Méér van alles. Méér lekker eten, méér leuke kleding, vaker en verder op vakantie. En dat steeds mooier, beter, lekkerder en goedkoper. Uitgekiende reclames maken ons die boodschap elke dag opnieuw wijs. Zodat we denken dat het normaal is en we niet meer zonder kunnen. En voor degenen die te weinig geld hebben om hun wensen te vervullen, is er de hoop cq. belofte dat die ooit wèl binnen handbereik komen.

… en keihard over grenzen heengaan

Maar inmiddels dringt de keerzijde van onze consumptie steeds harder onze levens binnen. Want om al die producten en diensten goedkoop te kunnen produceren, plegen we op grote schaal roofbouw op onze aarde. Hoewel de marketingafdelingen hun best doen de beelden van ons consumenten weg te houden, kennen we de gevolgen maar al te goed. Vervuilde lucht, bodem en water, afvalbergen, gekapte oerwouden, leeggeviste oceanen, uitgebuite productiewerkers, mishandelde dieren in de bio-industrie.

We zien het aan de klimaatverandering die nu al leidt tot extreem weer en enorme schade. Denk aan de landen rond de Middellandse Zee met enorme zomerse droogte, bosbranden en verschrompelde oogsten. Denk ook aan de VS met zijn bosbranden en wervelstormen, en aan de Alpenlanden waar zelfs bergen instabiel worden.

We zien aan het sterven van de insecten. Uit tellingen in Duitsland blijkt een afname met 76% sinds 1976. Met de insecten verdwijnen de vogels, en boeren zitten met de handen in het haar omdat de bijen verdwijnen die nodig zijn om de gewassen te bestuiven. We zien het aan het op veel plaatsen in de wereld opraken van de zoetwatervoorraden. En aan de destabiliserende werking van klimaatverandering op landen en regio’s die toch al fragiel zijn. Aan de conflicten die hieruit ontstaan en aan de vluchtelingen die onze veilige havens proberen te bereiken.

En ondertussen groeit de wereldbevolking nog steeds en willen al deze mensen ons consumptiepatroon overnemen. Dat leidt dus onherroepelijk tot een nòg hogere belasting van onze planeet, tenzij we…

Grenzen (her)stellen

Wat we dringend nodig hebben zijn aanpassingen in ons productie- en consumptiepatroon zodanig dat we het leven op aarde respecteren. Dat klinkt een beetje zweverig, maar het gaat erom planten, dieren en natuurlijke processen de ruimte te geven die ze nodig hebben. En natuurlijke hulpbronnen zoals bodem en water alleen op die manier in te zetten zodanig dat deze zichzelf weer kunnen herstellen en aanvullen. Dat betekent dus dat we ons als mensen veel terughoudender moeten opstellen. Dat we weer in balans moeten leren leven met onze leefomgeving in plaats van haar onbeperkt te gebruiken en naar onze hand te zetten.

Herstel van biodiversiteit

Concreet betekent dit dat we snel moeten beginnen met het herstellen van de biodiversiteit. Van het vergroenen van versteende tuintjes, straten en plantsoenen in de streden tot het opnieuw introduceren van heggen en struikgewassen op het platteland. Het betekent ook het zaaien van bloemen en het stoppen met landbouwgif dat insecten en ander leven doodt. Maar het betekent bijvoorbeeld ook het instellen van meer kraamkamers op zee waar niet mag worden gevist zodat vissen en andere levende wezens zich kunnen herstellen.

Sluiten van kringlopen

Ook betekent dit dat we snel onze kringlopen moeten sluiten. Op energiegebied – dat we voortaan alleen nog maar hernieuwbare energie gebruiken – maar ook als het gaat om al het tastbare om ons heen. We moeten ervoor zorgen dat we onze consumptie van nieuwe grondstoffen tot een minimum beperken en onze hoeveelheid afval praktisch tot nul terugbrengen. Waar het nu nog normaal is dat we meer dan de helft van ons afval weggooien en verbranden, wordt hergebruik de nieuwe norm.

Is dat lastig? Dat is maar hoe je het bekijkt. Neem nou de zakken waarin chips worden verpakt. De glimmende zakken bestaan uit meerdere materialen die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Handig voor de fabrikant, maar met de zak kun je vervolgens nog maar twee dingen: weggooien en verbranden. Andere materialen die wel gerecycled kunnen worden zijn beschikbaar, maar de fabrikanten voelen nu geen druk om deze te gebruiken. Denk ook aan statiegeld op kleine flesjes en blikjes. Omdat Nederland anders dan bijvoorbeeld Duitsland geen statiegeld hiervoor kent, belanden deze verpakkingen veelvuldig op straat en in de natuur, en worden ze niet hergebruikt. Heel erg jammer en een gemiste kans.

Grotere rol van de overheid

Het zijn uiteraard maar twee voorbeelden. Maar het interessante is dat we nu al veel verbeteringen kunnen doorvoeren, als we het maar willen. Maar om die veranderingen in gang te zetten moeten we wel bestaande gewoontes en belangen doorbreken. Denk aan de voorbeelden van de chipszakken en het statiegeld. De fabrikanten die zich nu nog verzetten, zullen moeten worden ‘aangemoedigd’ om over te stappen op duurzame alternatieven. Sommige producten zullen hierdoor duurder worden, waardoor hun consumptie af zal nemen. Blijkbaar is de prijs van deze producten nu dus te laag in vergelijking met wat de aarde aankan. Sommige producten zullen helemaal verdwijnen, terwijl er ook nieuwe producten zullen ontstaan.

Om deze veranderingen in gang te zetten is een grotere rol van de overheid onvermijdelijk. Dat betekent een trendbreuk met het huidige neoliberale denken waarin de markt vooral als oplossing wordt gezien en de overheid als bron van problemen. Het betekent dat de overheid een hoogwaardige partner moet worden die kennis over de grenzen van deze planeet vertaalt in grenzen waarbinnen bedrijven mogen opereren. Het betekent ook een enorme inspanning om met alle andere landen op één lijn te komen en dezelfde grenzen te stellen.

Grotere rol van burgers

De komende decennia zullen dus veel dingen (moeten) veranderen. Dat vraagt veel van burgers (bewoners, mensen), op verschillende vlakken. Om te beginnen als aanjager en ondersteuner van veranderingen. Want zonder draagvlak bij de bevolking kunnen politici en overheden de veranderingen waar we het over hebben niet doorvoeren. Sterker nog: zonder druk vanuit de voorlopers in de bevolking zullen veel politici deze stappen niet eens aandurven. Een volgende blog zal dan ook gaan over wat burgers zelf kunnen doen. Spoiler: ik zal het daarbij zeker gaan hebben over verantwoordelijkheid nemen en weerstand bieden aan verleidingen die slecht zijn voor de toekomst van onze planeet 😉

Maar het betekent ook meer betrokkenheid en solidariteit met de andere mensen op deze planeet die ook met deze veranderingen worden geconfronteerd. Dat kan alleen als we de veranderingen met elkaar invoeren, in plaats van te concurreren met elkaar. En eigenlijk is dat heel mooi, want uiteindelijk vormen burgers, mensen dus zoals jij en ik, het levend organisme van iedere samenleving. Of het nou om een wijk, een stad, een land of om de planeet gaat.

Meer sociale rechtvaardigheid

Dat brengt mij bij een vierde transitie die sterk verweven is met de andere transities. Het gaat daarbij namelijk om het introduceren van meer sociale rechtvaardigheid in onze samenleving, nationaal maar zeker ook in internationaal verband. Het is onvoorstelbaar dat de rijkste acht mensen (allemaal mannen) evenveel bezitten als de armste helft van de wereldbevolking.

De grote uitdaging is om, juist ook tegen de achtergrond van alle veranderingen die plaatsvinden en nog zullen moeten plaatsvinden, iedereen een redelijk bestaan te gunnen. En dan bedoel ik met ‘gunnen’ dat we daarvoor ook actief de voorwaarden scheppen. We kunnen ons namelijk simpelweg niet veroorloven de kloof in welvaart zo groot te laten of nog verder te laten groeien. Die kloof is om te beginnen in moreel opzicht niet te verantwoorden. Maar bovendien zet de kloof de samenwerking tussen ‘arm’ en ‘rijk’ onder druk, terwijl we juist alle krachten moeten bundelen om de transities tot een goed einde te kunnen brengen.

Bijgaande TEDx-video van Kate Raworth geeft een mooie inkleuring van het bovenstaande. En en passant maakt zij de mainstream economische wetenschap fijntjes met de grond gelijk. Kate was afgelopen zondag nog te gast in Buitenhof. Kijken dus!

 

Hoe olie- en gasbedrijven aan kindermarketing mogen doen

Graag deel ik dit uitstekend artikel van Jelmer Mommers in De Correspondent, waar ik buikpijn van krijg. Het gaat over de manier waarop de fossiele energiesector kinderen op school een verkeerde voorstelling van zaken mag geven over het klimaatprobleem en de oplossingen ervoor. Het gaat dus met name over de NAM (aardgas, Groningen, aardbevingen) en Shell (olie, aardgas, voor de helft eigenaar van de NAM). En het gaat ook over politiek en maatschappij die dit soort kindermarketing toelaten.

De kern van het artikel

Jelmer Mommers van De Correspondent verwoordt het zo:

“Veel lesmateriaal is op het eerste gezicht neutraal. ‘Hoe wordt aardgas gewonnen?’ is dan bijvoorbeeld de vraag, of ‘hoe is het om te leven op een boorplatform?’ Maar in al deze lespakketten schemert de visie van de gasbedrijven door. Samenvattend is de boodschap:

– Gas is een noodzakelijk onderdeel van de energiemix; het is ‘normaal,’ ‘hoort erbij,’ en ‘bron van onze welvaart.’
– De overgang naar een klimaatneutrale economie is belangrijk, maar het is onrealistisch te denken dat die snel kan gaan.
– Oplossingen die de gasindustrie al jarenlang promoot, verdienen de voorkeur. Denk aan waterstofauto’s en de ondergrondse opslag van CO2 waar Shell op inzet.

Je kunt honderd keer lesgeven met dit lesmateriaal; dan nog zal een leerling niet het gevoel hebben dat het energiesysteem dat we nu hebben dringend moet veranderen omdat er iets grondig mis is met het klimaat. Omdat dat er simpelweg niet in staat.”

Buikpijn

Maar waarom krijg ik hier nou buikpijn van? Omdat deze bedrijven alle mogelijkheden inzetten om hun omzet veilig te stellen en te vergroten? Inclusief slinkse beïnvloeding tot en met in het klaslokaal? Mja, misschien. Maar waar ik echt buikpijn van krijg is de manier waarop we daar in Nederland en in Den Haag mee omgaan. Die houding van ‘eigen verantwoordelijkheid’ (van de docent en de ouders) en ‘er zitten toch ook goede kanten aan’. ‘Moet kunnen, toch’? ‘Wat gaat er nou echt mis’?

Nou wat er echt mis gaat is dat je kinderen een verkeerd beeld voorschotelt over de toestand van de wereld en wat er moet gebeuren. Daarmee ontneem je deze kinderen de kans een bijdrage te leveren aan een toekomst die bij benadering net zo prettig zal zijn als de onze. Want wat kinderen op jonge leeftijd met gezag wordt bijgebracht, blijft lang hangen. Dat weten we allemaal.

Argumenten en moreel leiderschap

Het gaat in politiek en maatschappij om argumenten en steun voor die argumenten. Daarom schrijf ik dit stukje. In de hoop dat het eraan bijdraagt dat deze praktijken zsm gaan stoppen. Dat de overheid haar verantwoordelijkheid neemt en een flinke stok steekt voor het beïnvloeden van kinderen, nota bene op hun eigen school. Deze kindermarketing onmogelijk maakt.

En dat de bedrijven die in fossiele energie doen en veel te weinig doen voor een schone en veilige toekomst ook als zodanig worden aangesproken en niet ook nog een subsidie voor een kinderfestival ‘Generation Discover’ krijgen om hun boodschap verder te verspreiden, met medewerking van de overheid.

Het gaat dus om argumenten en om moreel leiderschap. Tegen een machtig bedrijf als Shell ‘nee’ te durven zeggen. Dat vergt lef, zeker van lokale politici. Ik durf de stelling aan dat dit soort negerend en vergoelijkend gedrag ertoe leidt dat het gezag van de politiek (verder) erodeert.

Schaamteloos cynisme

De hele strategie van de olie- en gassector is om de aandacht van hun eigen gebrek aan handelen af te leiden. In die zin is het briljant om samen met een partner als Defensie een zogenaamd technologiefestival ‘Generation Discover’ te organiseren. Zelfverklaard doel is kinderen meer voor technologie te interesseren. Omdat er al zo weinig technici in ons land zijn. Een argument waar ook de gemeente Den Haag voor valt en daarom een ton subsidie geeft.

Kinderen mogen een overstromingsramp oplossen
Kinderen mogen een overstromingsramp oplossen

Even briljant als schaamteloos cynisch is het om kinderen tijdens dat festival ‘Generation Discover’ een overstromingsramp in de Randstad te laten oplossen. Zie ook bijgevoegde foto. Vast zonder erbij te vertellen dat Shell met zijn invalshoek ‘maar de maatschappij wil toch graag dat wij fossiele brandstoffen leveren?’ zeespiegelstijging bevordert. Door 99% van menskracht en financiële middelen NIET in duurzame oplossingen te investeren. En daarmee een overstromingsramp dichterbij brengt.

Soms moet je om van je eigen falen af te leiden, gewoon frontaal in de aanval gaan. Iets gewoon als een gegeven brengen in plaats van als iets waar je zelf medeschuldig aan bent. Anderen aan het werk zetten in plaats van zelf aan de slag te gaan. Hoe eenvoudig eigenlijk.

Links

https://decorrespondent.nl/7409/zo-beinvloeden-olie-en-gasbedrijven-het-nederlandse-onderwijs/1673827928982-23939b55

https://decorrespondent.nl/6082/de-pr-praatjes-van-shell-zijn-een-stuk-groener-dan-de-investeringen/193184141238-5f06e808

Power to the people

Power to the people

Op 24 juni was ik bij de demonstratie van Code Rood in het Amsterdamse havengebied. Terwijl ruim 300 actievoerders een kolenoverslag blokkeerden, liep ik mee in de ondersteunende demonstratie. Het was gezellig. Ik had leuke gesprekken, maakte mooie foto’s, … en werd gegrepen door dit aanstekelijke lied(je).

Power to the people
Power to the people!
’cause the people got the power
Tell me: can you hear it?
It’s getting louder every hour

Power! Power! Poooweeeer
to the people!
’cause the people got the power
Tell me: can you hear it?
’cause we’re singing even louder

Power! Power! Poooweeeer
to the people
’cause the people got the power
Tell me: can you feel it?
We’re getting stronger by the hour

Power! Power! Power!

Hoe zit dat nou met die power?

Ik kreeg het liedje dagenlang niet meer uit mijn hoofd. En het zette me aan het denken, Want hoe zit dat nou precies met die ‘macht aan de mensen’? Of ‘macht aan het volk’? Dat is toch eigenlijk al zo? Of toch niet?

Met wat puzzelen ontstond de volgende figuur.

Bevolking - macht en invloed
Bevolking – macht en invloed

[Tip: om het schema uit te vergroten, klik op het schema en selecteer ‘view image’ of ‘afbeelding bekijken’ en vergroot het plaatje.]

Wat je ziet is eigenlijk heel simpel. De macht ligt inderdaad bij de bevolking, want die bevolking:

  • kiest de volksvertegenwoordiging (Tweede Kamer, Provinciale Staten, Gemeenteraad) van waaruit dan een regering wordt gevormd
  • betaalt belasting om de overheid en haar uitgaven te financieren
  • werkt als ambtenaar bij een overheid
  • belegt in staatsobligaties en in aandelen en financieren daarmee overheid en bedrijven
  • werkt als werknemers bij bedrijven
  • kopen als consumenten producten en diensten en bedrijven

Er zijn dus een hele hoop manieren om invloed uit te oefenen. Als je klimaatverandering wilt tegengaan, stem je op partijen die dat ook belangrijk vinden. Je koopt geen producten meer die slecht zijn voor het klimaat. Je koopt geen aandelen meer van bedrijven die het klimaat weliswaar belangrijk vinden maar er in de praktijk weinig aan doen. En natuurlijk stuur je als ambtenaar of werknemer het beleid binnen je ministerie of bedrijf bij. Door te spreken over je zorgen, door stelling te nemen, door alternatieven aan te dragen en uit te werken.

Maar ‘het volk’ bestaat niet

Het moge duidelijk zijn: op het moment dat de bevolking – of anders vertaald het volk – echt wil dat het anders gaat, gaat het ook anders. Geen twijfel over mogelijk. Kijk maar naar de beïnvloedingsmogelijkheden in het schema.

Alleen: ‘het volk’ bestaat niet. Het volk is niet eensgezind. Er is niet zoiets als een volkswil. Het is een mooie fictie, en populisten likken zich er de vingers bij af. Maar er zijn altijd meerdere meningen en stromingen. En ook als het gaat over klimaat en klimaatveranderingen is dat duidelijk het geval. Helaas, zou ik bijna zeggen. En de groep die zich grote zorgen maakt en zich er ook over uitspreekt dat het roer snel om moet, is helaas nog sterk in de minderheid.

Hoe vergroot je als minderheid je macht en invloed?

Wat betekent dat inzicht nou in de praktijk? Moeten we dan maar bij de pakken neerzitten tot we een meerderheid hebben? Nee, dat hoeft helemaal niet. Want de volgende figuur geeft nuttige inzichten over hoe besluitvorming in de praktijk in zijn werk gaat.

Macht en invloed in de praktijk
Macht en invloed in de praktijk

[Tip: om het schema uit te vergroten, klik op het schema en selecteer ‘view image’ of ‘afbeelding bekijken’ en vergroot het plaatje.]

Het gaat om trends

Wat uit het schema naar voren komt is dat zowel in de politiek als in het bedrijfsleven trends heel belangrijk zijn. Trends in voorkeuren van kiezers en consumenten. Wat vinden zijn belangrijk, en waarom? En is er een trend waarneembaar in het aantal mensen dat een issue belangrijk vindt?

Welnu, als we het hebben over klimaat en klimaatverandering, is het duidelijk dat de trend maar één kant op zal gaan. Namelijk dat meer mensen zich daar steeds grotere zorgen over maken. En dat zij van politiek en bedrijfsleven eisen dat zij het ‘oplossen’. Die trend en die richting zijn naar mijn mening onontkoombaar. Helaas, zeg ik erbij. Want zolang we in grote hoeveelheden CO2 blijven produceren zal het klimaat verder verslechteren. En die verslechtering zal steeds duidelijker worden. Nu al is duidelijk te zien dat steeds meer media hierover berichten. Bovendien: mensen zijn niet dom. Ze zijn misschien naïef, hardleers en zelfzuchtig, maar ze zijn niet dom. Mensen zullen op een gegeven moment overstag gaan en maatregelen eisen. Puur omdat het ook om hun toekomst gaat. En die van hun kinderen.

Versnellen, versnellen, versnellen

Waar het dus om gaat is de trend van de toename van het aantal mensen dat zich zorgen maakt én zich uitspreekt, te versnellen. En dan komt het toch aan op praten en discussiëren, ook in je eigen bubbel. En op actie voeren.

Wat dat laatste betreft denk ik dat de klimaatbeweging lange tijd te lief is geweest. Door vooral positief te communiceren over klimaatverandering. Want grofweg zijn er twee communicatiestrategieën om mensen in beweging te krijgen:

  1. Wijzen op de enorme, nare consequenties als we niet snel handelen
  2. Positieve voorbeelden laten zien van wat er al gebeurt en van wat mensen nu al zelf kunnen doen.

En hiermee zijn we weer terug bij mijn eerste blogpost van februari dit jaar.

Uit de kramp van alleen maar positief communiceren

Ik denk dat het gezien de urgentie tijd is om te stoppen met alleen maar positieve communicatie. Laatst las ik een interessante bijdrage op dit punt van Renee Lerzman. Zij pleit voor een èn-èn-benadering.

“Yes, things are very bad, and yes, things are likely to get worse; and yes, many people are working on mind-blowing innovative solutions; and yes, humans have tremendous capacities; and yes, it’s also really hard and frustrating; and yes, you yourself as a citizen and an individual have a vital role to play in this unfolding mess. And yes, you may feel pretty bummed out at times. If climate change feels hopeless, that’s a natural feeling to have. All the more reason to come join us. You matter.”

Renee Lerzman, How can we talk about global warming, 19 juli 2017

Ik denk dat dit een goede benadering is. En dat deze insteek ook helpt om de kramp kwijt te raken die in ieder ik voel bij het (alleen maar) positief communiceren. Omdat ik dan mijn zorgen en emoties niet mag laten zien. En omdat ik denk dat een positieve boodschap toch niet genoeg impact zal hebben om de meeste mensen in beweging te krijgen. Met de èn-èn-benadering lukt dit hopelijk een stuk beter. Laten we het snel proberen!

– Dankjewel voor het lezen van mijn blog. Feedback en tips zijn welkom!

Dr. Phil en de klimaatverandering

Komt een gezin bij Dr. Phil. Vader en moeder zijn begin 40, dochterlief is bijna aan het puberen. De gezinsleden vertellen over hun probleem. Het begon met hun dochter. Ze zuigt al het slechte nieuws op en ze wordt er neerslachtig van. Lusteloos en angstig, bang voor de toekomst. Er is zoveel slecht nieuws, maar het is vooral het nieuws over het klimaat dat erin hakt. De ouders zijn bang dat hun dochter depressief wordt, of het misschien al is.

Vieze kolen en schone energie
Vieze kolen en schone energie

 

Dr. Phil vraagt door

Hoe gaan jullie ermee om, vraagt Dr. Phil aan de ouders. Eh nou, zegt de vader, goede vraag. Eerst zeiden we dat het allemaal wel meevalt, dat ze zich geen zorgen hoeft te maken, dat het wel goed komt. Maar daar werd ze alleen maar boos van, en kwam met allemaal artikelen aanzetten waaruit bleek dat het dus niet meevalt. De moeder vult aan: en toen moesten we die artikelen natuurlijk lezen en nu weten we het eigenlijk ook niet meer. We hadden ons er nooit zo goed in verdiept, maar nu zijn we er ook niet meer gerust op. Ze kijkt Dr. Phil vragend aan.

Wat zullen de buren zeggen?

Wat doet het met jullie als ouders, wil Dr. Phil weten. Nou we maken ons best wel zorgen, zegt de moeder. Vooral om de toekomst voor onze dochter, maar we zijn ook bang voor chaos in de wereld als de klimaatverandering doorzet. En we voelen ons schuldig dat we er niks aan doen, zegt de vader. Maar we willen ons leven zoals we dat nu hebben niet opgeven. En bovendien, het is toch raar als wij zuiniger gaan leven vanwege het klimaat en de buren gaan lekker door met alles wat juist slecht is voor het klimaat. Wij gaan in ons eentje heus het klimaat niet redden maar hebben wel een minder leuk leven. En grote kans dat de buren ons uitlachen. Misschien niet waar we bij zijn, maar wel achter onze rug.

De reactie van Dr. Phil

Dr. Phil knikt, het is hem wel zo’n beetje duidelijk. Luister, zegt hij. Het is goed dat jullie dit durven te vertellen, want ik weet zeker dat jullie niet het enige gezin zijn dat hiermee worstelt. En het is ook een moeilijk probleem. Het gaat om een heel groot probleem, dat alleen kan worden opgelost als heel veel mensen in beweging komen. Want we hebben onze welvaart opgebouwd door 200 jaar lang kolen, olie en gas te verbranden. Daardoor komt al die CO2 vrij die in miljoenen jaren juist uit de lucht was opgenomen door planten die vervolgens zijn afgestorven en samengedrukt en waaruit vervolgens de fossiele brandstoffen zijn ontstaan. En omdat die CO2 niet meer in de lucht zat, hebben we zo lang in een best wel stabiel klimaat kunnen leven.

Dr. Phil laat deze figuur zien (met dank aan Climate Central) en legt uit dat al miljoenen jaren het niveau van de CO2 in de atmosfeer fluctueert volgens een natuurlijke cyclus. Het niveau is nooit boven 300 ppm (deeltjes met miljoen) gekomen. Maar omdat we zoveel fossiele brandstoffen verbranden, zijn we in 2015 voor het eerst door het plafond van 400 ppm geschoten. Inmiddels zitten we al op 404 ppm. 450 ppm wordt als magische grens gezien waarboven de kans heel groot is dat het klimaat onherstelbaar beschadigt. Maar… feitelijk weten ook bij het huidige CO2-niveau niet goed wat het klimaat gaat doen, en zien we nu al grote verstoringen.

CO2 doorbreekt 400 ppm-grens in 2015
CO2 doorbreekt 400 ppm-grens in 2015 (bron: http://www.climatecentral.org/gallery/graphics/400000-years-of-carbon-dioxide)

 

Het grote plaatje

Dit is het grote plaatje, zegt Dr. Phil. En we weten al meer dan 25 jaar dat we met onze levenswijze de klimaatverandering veroorzaken. Maar helaas zijn we met zijn allen heel erg laks geweest. En dat is eigenlijk onverteerbaar. Het is alsof de tandarts je elk jaar waarschuwt dat je niet zoveel moet snoepen en je tanden beter moet gaan poetsen. En dat je eigenlijk ook elke avond moet flossen, of met een tandenstoker aan de gang. Maar dat je dat dan toch niet doet en er op een gegeven moment achter komt dat een aantal tanden zo beschadigd is dat ze moeten worden getrokken. En dat je dan spijt hebt, heel veel spijt. Omdat een kleine gedragsverandering een grote impact had kunnen hebben.

Schone technologie

Zo is het ook met het klimaat. We hadden veel meer energie kunnen besparen. En veel meer schone energie kunnen opwekken. Dat hebben we onvoldoende gedaan. Maar gelukkig is er nu nog meer schone technologie beschikbaar voor energiebesparing, mobiliteit en om schone energie op te wekken. Daar moeten we nu heel snel mee aan de gang, voor het echt te laat is. Er zijn wetenschappers die zeggen dat we elke 10 jaar onze CO2-uitstoot met de helft moeten verminderen. De ouders en hun dochter luisteren geboeid.

Wat de ouders zelf kunnen doen

De angst en verlamming die jullie voelen is omdat jullie jezelf in de weg zitten, zegt Dr Phil tegen de ouders. Je weet dat je niet goed bezig bent, maar je doet er niets aan omdat je bang bent voor softie te worden uitgemaakt. Wat we nodig hebben is dat mensen opstaan, zich uitspreken en actie ondernemen. Vergelijk het met al die dappere mensen die overal op de wereld tijdens de Tweede Wereldoorlog opstonden om de nazi’s en de Japanners te verslaan. Zij zaten er ook niet op te wachten, maar hebben wel die stap gezet. Omdat het nodig was. En dat terwijl zij letterlijk hun leven konden verliezen.

En wat hebben wij nou helemaal te verliezen? Sommige dingen worden anders, oké. Stel je neemt zonnepanelen, koopt een elektrische auto, isoleert je huis en eet minder vlees. Dat is best overzichtelijk toch? En als je je politici onder druk zet om die maatregelen te nemen wat buiten jouw bereik ligt, dat is ook niet zo moeilijk toch? Zodat er bijvoorbeeld een stevige prijs komt op CO2-uitstoot, en dat de kolencentrales dichtgaan. En dat er een slimme lening of regeling komt voor mensen die niet genoeg geld hebben om hun huis te isoleren.

Dr. Phil sluit af

Dr. Phil gaat vervolgt: op het moment dat je zelf het heft in handen neemt, voel je je beter. En misschien lachen de buren je niet uit, maar volgen ze je. Dit is een rechtvaardige strijd, voor je toekomst van jezelf, je dochter en de planeet! Ik zal je erbij helpen zodat je er niet alleen voor staat. Een goede vriend van mij heeft een bedrijf dat zonnepanelen installeert, die kan ik aan jullie voorstellen. Jullie krijgen van mij een kookboek met lekkere gerechten met vleesvervangers. Dit jaar en volgend jaar komen nieuwe modellen elektrische auto’s op de markt met een groot bereik en qua prijs vergelijkbaar met middenklassers op benzine en diesel. Misschien zit daar iets tussen voor jullie? En ga eens bij je gemeente kijken wat ze allemaal aan energiebesparing doen. EN aan de opwekking van duurzame energie. Als je denkt dat het beter kan, of je het niet kunt vinden, stuur dan een mailtje naar burgemeester, wethouders en gemeenteraadsleden. En kijk eens op Facebook of er andere mensen of groepen actief zijn in jouw gemeente.

De ouders beloven het te gaan doen. Dr. Phil knikt goedkeurend, en belooft plechtig ze te daarbij te gaan volgen.

De scenes in dit blog zijn volstrekt fictief. Ik weet niet eens of Dr. Phil het ooit over klimaatverandering heeft gehad. Maar ik heb hem vaak aan het werk gezien tijdens de fitness – zonder geluid, met ondertitels – en ik denk dat hij ongeveer zo ermee zou omgaan. Heb je opmerkingen of tips, laat het me weten!

Vijf dilemma’s voor een nieuw kabinet

De verkiezingen zijn achter de rug, en de zoektocht naar een nieuw kabinet is in volle gang. Inmiddels is duidelijk dat VVD, CDA, D66 en GroenLinks verder gaan onderhandelen. Een combinatie met potentie, maar nog geen gemakkelijke klus, zeker niet wanneer we kijken naar het af te spreken klimaatbeleid. Ik zie vijf serieuze dilemma’s.

Aan de onderhandelingstafel

 

1. Durven VVD en CDA kleur te bekennen?

Als we kans willen maken de klimaatverandering nog een beetje beheersbaar te houden, moeten VVD en CDA echt werk willen maken van het halen van de Parijs-doelen. Tijdens de campagne zeiden ze dat ze dat willen, maar het ‘hoe’ blijkt helaas niet uit hun programma’s. Dat betekent dus kleur bekennen over de rol van de overheid, burgers en ondernemers. En over hoeveel geld je ervoor wilt beschikbaar wilt stellen. D66 en GroenLinks hebben daar in hun programma’s wel duidelijke uitspraken over gedaan en er geld voor gereserveerd.

De partijleiders van VVD en CDA zullen hun achterbannen moeten overtuigen van het feit dat het halen van de Parijs-doelen niet alleen noodzakelijk is maar ook nog eens hoogst urgent. En dat komt bovenop het verdedigen van een keuze voor GroenLinks als coalitiepartner, ervan uitgaande dat deze combinatie het redt. Niet een partij waar VVD- en CDA-ers heel warme gevoelens voor koesteren.

Overigens is mijn inschatting dat de meeste kiezers een keuze vóór het klimaat goed zouden snappen. Nu ook de NOS steeds indringender bericht over klimaatverandering, valt aan de logica daarvan ook nauwelijks meer te ontkomen. De pijn zit hem meer in wat zo’n keuze precies betekent.

2. De doelen van Parijs – wat betekent dat eigenlijk?

In het Akkoord van Parijs is afgesproken om in 2100 de opwarming ruim beneden de 2 graden te houden, en zo mogelijk zelfs te beperken tot 1,5 graad Celsius. Een nog best ambitieus (en riskant) doel, maar wat dat doel concreet betekent, is nog niet afgesproken. Want wie moet op welk moment zijn CO2-uitstoot met hoeveel procent terugbrengen om het 2-gradendoel nog te kunnen halen? Dat is nog niet duidelijk en moet verder worden uitgewerkt. In 2018 worden de nieuwe plannen voor CO2-reductie van alle landen besproken. Mij lijkt dat we snel toe moeten naar een concrete en eenduidige afspraak zodat iedereen precies weet waar hij of zij aan toe is.

Een beetje vergelijkbaar met de afspraak binnen de EU om in 2030 40 procent minder CO2 uit te stoten (ten opzichte van 1990). Maar eerlijk is eerlijk – het is toch gek dat we voor de CO2-reductie nog geen operationeel doel hebben? Dan is het eigenlijk ook niet zo verwonderlijk dat politieke partijen nog een beetje (veel) zwemmen als het gaat over klimaatbeleid?

Gelukkig wordt wel nagedacht over een hanteerbare duidelijke klimaatafspraak. Afgelopen week kwamen wetenschappers met een concrete ‘roadmap’ daarvoor. Het voorstel houdt in dat we:

  • elke 10 jaar onze CO2-uitstoot halveren;
  • de CO2-uitstoot die gepaard gaat met ons landgebruik (bijvoorbeeld ontbossing) in 2050 naar 0 hebben teruggebracht en
  • dat we op grote schaal CO2 uit de lucht gaan halen.

Het is absoluut een ambitieus plan. Maar wel lekker concreet en uitdagend. Als we dit met elkaar afspreken, plus een controlemechanisme, dan kan iedereen aan de slag omdat we weten wat ons te doen staat.

3. Markt of overheid? Of allebei?

Het derde dilemma gaat over de vraag hoe de klimaatdoelen kunnen worden bereikt. Voor VVD, CDA en ook D66 zijn innovaties in het bedrijfsleven daarvoor een belangrijk middel. GroenLinks leunt bij het halen van de klimaatdoelen wat zwaarder op de overheid. D66 en GroenLinks willen dat er een klimaatwet komt, iets waar VVD en CDA geen heil in zien. Zo’n klimaatwet geeft  ondernemers en burgers duidelijkheid over wanneer bepaalde klimaatdoelen moeten worden gehaald. Wel zo handig om de neuzen dezelfde kant op te krijgen.

Waar sommige politici een dilemma zien – markt of overheid – zie ik vooral de noodzaak om de middelen van beiden te mobiliseren. We hebben eenvoudigweg een te grote opgave voor de kiezen om ideologisch fijn te slijpen. We zullen alle middelen moeten inzetten die ons ter beschikking staan.

En soms kan de overheid juist belemmeringen wegnemen waardoor de kracht van de markt beter tot zijn recht komt. Dat kan bijvoorbeeld door eigen vermogen in te brengen en/of een garantstelling af te geven voor het risico dat banken of bedrijven lopen wanneer zij andere ondernemers of burgers leningen verstrekken waarmee deze duurzame investeringen financieren. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het project ‘Woningabonnement’ waarbij woningeigenaren hun huis laten verduurzamen en de kosten worden betaald uit de bespaarde energiekosten in de toekomst.

4. Vrijwillig of met (zachte) dwang?

In onze samenleving worden de macht en de bevoegdheden van de overheid geregeld in wetten. En aan (bijna) elke beperking van de vrijheid van burgers en ondernemers gaat een stevige discussie in parlement en samenleving vooraf. En dat is ook goed zo.

In de neoliberale benadering van beleid die ook in ons land nog steeds geldt, is het zo dat er veel vertrouwen is in de kracht van de markt om oplossingen te bedenken en welvaart te creëren. Om die kracht van de markt ruimte te geven moet de overheid zo min mogelijk regels maken en zo weinig mogelijk belasting heffen. Verder zijn we in Nederland niet zo van de geboden en verboden. Wij vertrouwen eerder op convenanten omdat de deelnemers daaraan zelf aan de slag gaan met de afspraken van het convenant. Althans dat hopen we dan. Handhaven is trouwens ook niet echt onze sterke kant.

Je kunt hele (waardevolle) discussies hebben over wat wel en niet wenselijk is – en werkt – in onze samenleving. Maar feit is dat als we het doel van emissiereductie niet halen we een levensgroot probleem hebben. Mij lijkt dat we gegeven deze situatie duidelijke keuzes moeten durven maken. Hoe duidelijker we nu zijn, hoe beter ondernemers en burgers daarop in kunnen spelen met hun beslissingen en met het bedenken van nieuwe werkwijzen en producten. En soms zullen we ook wat meer dwingend moeten worden, ook al zal niet iedereen dat leuk vinden.

Dat is ook waar veel ondernemers om vragen: ‘geef ons duidelijke doelen en regels en zorg ervoor dat ook de concurrent zich er aan houdt. En geef ons ruimte voor innovatie. Dan kunnen wij ons ding doen.’

Die duidelijkheid helpt iedereen vooruit. Als je weet dat rijden op diesel en benzine steeds duurder wordt en uiteindelijk zal stoppen, dan is de kans groot dat je volgende auto een elektrische wordt. Het is onvermijdelijk dat alle woningen binnen 1 à 2 decennia goed geïsoleerd worden en dat we overgaan op koken en verwarmen zonder aardgas. Als je weet dat we gaan stoppen met aardgas, ga je waarschijnlijk geen nieuw gasfornuis meer kopen.De vraag is of we bij dat isoleren kunnen vertrouwen op eigen kracht en verantwoordelijkheid, of dat er meer nodig is. Wat doe je met mensen die niet willen isoleren, of die het niet kunnen betalen? Ook hier zijn duidelijke doelen en regels nodig, en oplossingen voor de problemen van bijvoorbeeld betaalbaarheid.

5. Kosteneffectieve maatregelen – of gewoon doen wat werkt?

Een vijfde dilemma lijkt mij de huidige focus op kosteneffectief beleid. Het is natuurlijk goed om te kijken naar de kosten in relatie tot de effecten van maatregelen. En het is ook zeker slim om eerst die maatregelen uit te voeren die het meeste effect bereiken tegen de laagste kosten.

Dus een snelle toets op kosteneffectiviteit is absoluut prima. Maar je kunt heel veel rekenen en nog meer discussiëren over de aannames achter de berekeningen. Dat is vooral handig als je nog geen besluit durft te nemen. Mij lijkt dat we gezien de vaart die we moeten maken met het reduceren van de uitstoot van CO2 en het vergroten van de productie van duurzame energie we wat minder gaan rekenen en wat meer besluiten nemen. We moeten gaan doen wat werkt.

Dit is mijn vierde blog. Laat je me weten wat je ervan vindt? Tips zijn ook welkom. Dankjewel!