Klimaatemoties –> klimoties

Dit blog gaat over klimaatemoties, omdat je bewust zijn van de werkelijke omvang en de gevolgen van klimaatverandering enorme impact kan hebben. Impact op je eigen gemoed, en daarmee ook op dat van je naasten, vrienden en collega’s. Dat maakt klimaatemoties tot een belangrijk thema.

Besef van sterfelijkheid

Ik geloof dat klimaatverandering, en zeker klimaatontwrichting, ons in essentie confronteert met de eindigheid van ons bestaan. Het inzicht dat met de ontwrichting van het klimaat de diverse life support systemen op onze planeet het vroeger of later zullen begeven, confronteert ons met onze sterfelijkheid en onze angst daarvoor.

Het besef om te zullen sterven overvalt de meesten van ons op enig moment. Het verschil is dat het nu niet wordt getriggerd door ons eigen welbevinden maar door dat van de planeet. En het gegeven dat we het als mensheid zo ingewikkeld vinden om de strijd met de broeikasemisisies aan te gaan, maakt het allemaal ook niet echt beter.

Besef van verlies

Gekoppeld aan dat besef van sterfelijkheid kan zich een gevoel van verlies van personen en zaken die dierbaar zijn ontwikkelen. Voor mijzelf is dat bijvoorbeeld het niet meer onbezorgd kunnen genieten van een mooi landschap. Het landschap is er nog, en het is lastig om te zeggen of het er anders uitziet dan pakweg 10 jaar geleden. Maar omdat ik weet dat flora en fauna het nu al zwaar hebben, en dit nog erger wordt, kijk ik er op een andere manier naar. Afstandelijker, alsof ik mij alvast aan het indekken ben voor het dreigende verlies.

Wisselende emoties

Alsof het besef van sterfelijkheid en verlies al niet zwaar genoeg zijn, roept klimaatverandering en de manier waarop we er (niet) mee omgaan ook nog een hele reeks klimaatemoties op. Emoties die elkaar ook nog eens voortdurend kunnen afwisselen. Bij mijzelf en in de gesprekken die ik hierover voer, komen de volgende emoties regelmatig terug.

Onbegrip en frustratie

Want waarom is het voor zovelen zo ingewikkeld om te zien wat er aan de hand is? Waarom ondernemen politici en ondernemers geen grootschalige actie om de uitstoot te beperken? En waarom kopen ‘we’ zoveel grote auto’s als nooit tevoren en wordt het ene na het andere passagiersrecord in de luchtvaart gebroken? Zijn we dan toch die spreekwoordelijke lemmingen die elkaar volgend van de klif afspringen?

Gespletenheid

Het is soms op z’n zachtst gezegd bevreemdend om mensen hun normale routines te zien volgen terwijl je weet dat er zich op de achtergrond een grote ramp aan het ontwikkelen is. Sterker nog, met praktisch elke routine komt de ramp dichterbij en wordt hij groter. Je wilt keihard ‘stop’ roepen maar weet dat het weinig zal uithalen. En je wilt meestal dat goede gevoel van de anderen niet verstoren. Dat kan behoorlijk gespleten voelen.

Woede en machteloosheid

Soms gaan de emoties over in woede. Woede over zoveel onbegrip en egoïsme in de wereld, woede op degenen die leugens over klimaatverandering verspreiden, woede op jezelf.

Een woede die vaak hand in hand gaat met een gevoel van machteloosheid. Want waarom ben je niet in staat bent het goede knopje te vinden om de wereld de goede kant op te sturen?

Zinloosheid

De vraag die soms onvermijdelijk opkomt als je beseft dat we stapje voor stapje richting de afgrond schuifelen, is die van ‘wat heeft er nog zin?’ En natuurlijk hebben veel dingen nog zin, en zijn veel dingen en contacten nog steeds fijn en mooi en waardevol. Maar die grote wolk aan de horizon maakt dat het vaak toch anders voelt.

Hoop en optimisme

En natuurlijk is er ook hoop en optimisme. Bijvoorbeeld over al die scholieren en studenten die in navolging van de dappere Greta Thunberg zijn gaan staken. Want waarom zouden ze leren voor de toekomst als die toekomst er zo zwart uitziet? Optimistisch over het feit dat veel media nu vaker uitgebreid en uitgesprokener berichten over de ernst en omvang van klimaatverandering. Hoopvol omdat er in een paar jaar tijd in ieder geval een deel van de bevolking anders is gaan denken over vlees eten en over vliegvakanties.

Aan de slag

Ondertussen gaat het leven door. Het is dus zaak om aan de slag te gaan om te voorkomen dat de negatieve emoties de overhand krijgen. Ik denk dat er een aantal strategieën zijn om daar aan te werken. Je kunt er om te beginnen voor kiezen om er zo mindful mogelijk mee om te gaan. Door proberen te accepteren dat de situatie zo is als hij is. En dat je in je eentje niet de hele wereld kan veranderen.

Een tweede strategie is om zelf aan de slag te gaan. Want een actieve houding voelt goed, of het in je eigen leven is of gericht op dat van anderen. In beiden gevallen geeft het extra kracht en energie om het samen met andere te doen. Kat kan bijvoorbeeld via de Klimaatgesprekken. En je kunt ook meelopen in de Klimaatmars op 10 maart om 13:00 uur op de Dam in Amsterdam. Samen voor een eerlijk klimaatbeleid waar we zsm mee aan de slag gaan. Genoeg getreuzeld want het klimaat wacht niet!

En ja, je kunt er tot slot ook over schrijven 😉


Er zijn ook nog andere manieren om met de emotionele stress van klimaatverandering om te gaan. Bijvoorbeeld ontkenning (‘het is niet waar’), agressie (‘en nou moet je echt stoppen met die onzin van je’), fatalisme (‘wat we doen maakt toch niks uit’). Maar ook apathie of juist escapisme door uit de werkelijkheid te vluchten in games of fantasieën (Netflix…).

Waarom we onszelf niet redden. Nog niet.

Hoe komt het toch dat we al zo ver gevorderd zijn in de klimaatcrisis en er nog steeds geen stevig klimaatbeleid is? Met als gevolg dat de concentratie broeikasgassen nog steeds toeneemt? Het is een vraag waar ik me al tijden over sufpieker,

Eerder schreef ik al over de wisselwerking tussen kiezers / consumenten en politici / ondernemers. Zolang kiezers / consumenten geen duidelijke signalen afgeven aan de stembus of bij de kassa, veranderen politiek en bedrijven niet. Maar daar zit dus nog een hele neoliberaal geïnspireerde denkwereld achter, en daarover gaat dit blog.

Do you want to save planet earth yes or no

Kenmerken van de huidige politieke consensus

Ik denk dat het allemaal heeft te maken met onze manier van denken. Laten we om te beginnen kijken naar de belangrijkste kenmerken van wat ik maar even noem de actuele westerse politieke consensus. Elementen van deze consensus worden niet alleen door ‘politiek rechts’ gebezigd maar ook in het politieke midden en deels zelfs door linkse partijen. En ook veel burgers geloven er dus in. In ieder geval een meerderheid.

consensus mainstream politiek

Kleine overheid en lage belastingen

Helemaal sinds Ronald Reagan en Margareth Thatcher geldt dat een kleine overheid een legitiem politiek doel is. Want een kleine overheid kost minder geld en op die manier kunnen de belastingen omlaag. Bovendien is een kleine overheid minder in staat om regels te maken waar ‘de markt’ last van heeft. En dat is belangrijk, want die markt moet je zo min mogelijk in de weg leggen.

Om de klimaatcrisis te tackelen hebben we juist een slagvaardige overheid nodig, met voldoende middelen om de transitie vorm te geven. Deze behoefte staat dus op gespannen voet met de consensus.

De markt lost het op

Bedrijven gelden als ‘De Grote Probleemoplosser’. In tegenstelling tot de overheid scheppen ze ‘productieve’ banen. En de markt beschikt over alle creativiteit die nodig is om oplossingen voor problemen te bedenken en uit te voeren.

Het geloof in de markt is zelfs zo groot dat op tal van beleidsterreinen ervoor gekozen is de markt zichzelf te laten reguleren. Bedrijven houden dan toezicht op zichzelf, omdat dat efficiënter en goedkoper is. Het is niet ingewikkeld om zich voor te stellen dat dit toezicht niet heel streng zal zijn. Bovendien zijn ondertussen de inspectiediensten die vroeger toezicht hielden tot op een minimum uitgekleed – vanwege het streven naar een kleinere overheid – en zijn zij dus niet meer in staat toezicht te houden. Veel milieu- en dierenwelzijnsmisstanden komen hieruit voort. Het overtreden van regels loont en overtreders hebben (nagenoeg) vrij spel.

Een ander neveneffect van een kleine overheid is dat de overheid zelf nog maar over weinig kennis beschikt. Wanneer er ingewikkelde problemen moeten worden opgelost, wordt daarom kennis uit de markt ingehuurd. Dat de overheid soms kennis uit de markt nodig heeft, is logisch. Maar dat de overheid op deze manier vooral tot een inhuurbedrijf van kennis is geworden, werkt afhankelijkheid en fragmentatie in de hand. En dat is zorgelijk, omdat de grote problemen van nu vooral om een krachtdadige, integrale aanpak vragen.

Helaas is gebleken dat de markt veel problemen juist niet uit zichzelf oplost, integendeel. Zonder regelgeving en toezicht is het vvor bedrijven aantrekkelijk om kosten af te wentelen op milieu en klimaat. Duurzame koplopers vragen daarom vaak om overheidsregulering die voor alle bedrijven geldt zodat duurzame processen en producten een eerlijke kans krijgen.

Technologie lost het op

Er is in deze consensus een bijna onbegrensd geloof in technologie en innovatie. Innovatie betekent namelijk economische groei. De veronderstelling is dat technologie ook zal helpen om maatschappelijke problemen, zoals klimaatverandering maar ook dat er te weinig mensen zijn om straks onze ouderen te verzorgen, op te lossen. En omdat we zo verwend zijn met alle consumentenelektronica die we nauwelijks bij kunnen houden, geloven wij deze belofte meteen.

Maar dan moet die technologie wel op de juiste manier worden ingezet. Al jarenlang hangt de belofte van grootschalige introductie van het afvangen en opslaan van CO2 ‘boven de markt’. Deze technologie is – op papier – zelfs een onmisbare bouwsteen in de aanpak die het klimaat moet redden. Dat deze technologie nog perperduur is en slechts marginaal wordt toegepast, speelt daarbij kennelijk geen rol. Ondertussen worden beschikbare technologieën voor energiebesparing niet op grote schaal toegepast. Bizar.

Meer in het algemeen is de aanname dat technologie op grote schaal zal worden toegepast zodra deze rendabel is. Een goed voorbeeld daarvan zijn zonnepanelen. Wat vaak wordt ‘vergeten’ is dat de overheid aan de knoppen zit waarmee de kansen en de rentabiliteit van een technologie kunnen worden beïnvloed. Bij zonnepanelen is dat bijvoorbeeld de salderingsregeling en bij elektrische auto’s zijn dat het fiscaal regime, het beleid om oplaadplekken aan te leggen en milieuzones. Maar stimulerend beleid wordt vaak gezien als onwenselijk omdat het geld kost en ingrijpt in ‘de markt’.

Technologie kan inderdaad een aantal problemen helpen oplossen of verminderen, maar daarvoor moet de politiek wel de juiste keuzes durven maken. Instrumenten om toepassing te bevorderen zijn regelgeving, toezicht op de naleving van de regels en financiële prikkels.

Focus op economische indicatoren

De economische manier van denken en de focus op ‘de markt’ als probleemoplosser zijn het debat gaan domineren. Feitelijk worden alle plannen impliciet of expliciet beoordeeld op hun effect op economische groei, werkgelegenheid en lastendruk.

En dat is raar om meerdere redenen. Om te beginnen geeft de manier van meten van economische groei een compleet verstoord signaal af. Een olietanker die heelhuids de haven haalt, levert in die systematiek een kleinere bijdrage aan de economische groei dan een tanker die op de klippen slaat. Want in het tweede geval tellen het bergen en repareren van de tanker en het opruimen van de olie mee als economische activiteit. Op die manier zal de economische groei na de bosbranden in Californië ook flink aantrekken. Tot… het moment komt dat mensen de wederopbouw niet meer kunnen betalen of veiligere oorden opzoeken.

Een tweede reden waarom deze manier denken en meten raar is, heeft te maken met onze verouderende beroepsbevolking. Voor steeds meer vacatures (pensionering) zijn steeds minder mensen beschikbaar. In dat geval is het scheppen van extra banen misschien wel eerder een bijdrage aan het scheppen van een probleem dan van een oplossing. Toch praten politici nog steeds vooralin termen van ‘extra werkgelegenheid’.

Om meer balans in het debat te krijgen, hebben we naast indicatoren als economische groei, werkgelegenheid en lastendruk dringend behoefte aan indicatoren die de toestand van biodiversiteit, natuurlijke hulpbronnen en klimaat weergeven. Denk bijvoorbeeld aan indicatoren als een groen BBP die ook de milieukosten van productie en consumptie meeneemt.

Toekomstoptimisme

“In de toekomst wordt alles beter, onze beste tijd moet nog komen”. Dat is een breed verankerd geloof en is – na WOII – in grote delen van de wereld ook waar gebleken. Maar de grenzen van wat de planeet kan hebben, zijn inmiddels bereikt en zonder hard bijsturen gaan we het als soort niet redden.

Het vooruitgangsoptimisme zorgt er voor dat we niet kunnen of willen accepteren dat we met duizelingwekkende snelheid op de afgrond afrazen en het roer moeten omgooien. De nu in het westen levende generaties kennen alleen de vooruitgang in termen van de consumptiemaatschappij: méér, mooier, lekkerder, makkelijker, sneller, verder, goedkoper. We hebben dringend een alternatieve toekomsvisie nodig.

Einde van de levenscyclus

Het ‘goede’ nieuws is dat dit neoliberaal geïnspireerde wereldbeeld zoals hierboven beschreven, het einde van zijn levenscyclus heeft bereikt. Het begint steeds meer te wringen, op steeds meer vlakken. Denk bijvoorbeeld aan de vele schandalen rond belastingontduiking op grote schaal, het meer dan bizarre debat over de afschaffing van de dividendbelasting en recentelijk ook het faillissement van ziekenhuizen.

Het beschreven wereldbeeld biedt niet het denkkader om de grote problemen van deze tijd aan te pakken. Klimaatontwrichting, verlies aan biodiversiteit en onrechtvaardige ongelijkheid vragen om een andere benadering. Meer zorg voor in plaats van roofbouw op de planeet, meer ‘ons’ in plaats van ‘ik’, meer samenwerking en minder concurrentie, meer maat houden in plaats van verkwisten.

Volgens Herman Wijffels bevinden we ons in een tijdperk dat hij de ‘hoogbloei van het laatkapiltalisme’ noemt. Het kapiltalisme heeft zijn werk gedaan en een ongekende economische groei mogelijk gemaakt. Maar nu is het natuurlijk kapitaal uitgeput en is het tijd voor een systeem waarin de planeet centraal staat. We zullen een ontwikkeling moeten doormaken van masculiene naar feminiene waarden. ‘Zorg voor het leven’ in de meest ruime zin zal centraal komen te staan. Best wel spannend eigenlijk.