Crisis op crisis: hoe lang blijven we nog in de koplampen staren?

Drie oplossingsrichtingen om de weg terug naar een daadkrachtige overheid te vinden

Het was een topweek voor wie van klimaatnieuws houdt. Plakkende activisten maakten de tongen los, de thermometers tikten nieuwe records aan en nieuwe klimaatrapporten zagen het licht. Ondertussen hollen we van crisis naar crisis. Hoe komen we daar uit?

Wat de activisten zeggen

De activisten wezen er met hun acties volkomen terecht op dat de zaak gierend uit de hand loopt terwijl de overheid fossiele brandstoffen met zo’n 17 miljard euro per jaar subsidieert. En dat terwijl fossiele bedrijven zoals Shell recordwinsten behalen. Bovendien staat de overheid toe dat er steeds maar nieuwe olie- en gasvelden worden aangeboord, terwijl de verbranding van de reeds aangeboorde voorraad ons sowieso al ver boven de 1,5 graden katapulteert. Keep it in the ground, dus.

Klimaatrapporten

De WMO meldde dat er nooit eerder zo hoge concentraties broeikasgassen in de lucht hingen als afgelopen jaar. En de UNEP berekende tot hoe hoog de temperatuur gaat oplopen aan het einde van deze eeuw. Met het huidige klimaatbeleid komt de opwarming uit op 2,8 graden. Als alle beloofde klimaatmaatregelen worden meegeteld komt de opwarming nog steeds uit op tussen de 2,4 en 2,6 graden. Er is momenteel geen zicht op een geloofwaardig pad om onder de nog enigszins veilig geachte 1,5 graden te blijven. Want om zicht te houden op de 1,5 graden zouden de emissies tot 2030 met de helft moeten afnemen. Je hoeft geen deskundige te zijn om te snappen dat dit niet te doen is in 8 jaar tijd. Tenzij je echt draconisch te werk gaat natuurlijk, maar er is niets dat er op wijst dat dit gaat gebeuren.

Crisis op crisis

Nou is het sowieso al een tijd van crisis op crisis, met een opeenstapeling van slecht klimaatnieuws. Hitte, droogte, branden, overstromingen, smeltend ijs, slechte oogsten, stervende mensen, stervende natuur. Met oorlog in Europa, stijgende prijzen van energie en voedsel. Mensen die massaal in de financiële problemen dreigen te komen. Vogelgriep. Een naderende recessie. En een overheid die het allemaal teveel wordt en achter de crises aanholt en zelfs de eigenhandig veroorzaakte problemen niet meer kan oplossen.

De oorzaak zit in een politiek systeem dat in meerderheid weigert naar de echte oorzaken van problemen (want lastiglastig) te kijken en liever stuurt op verkoopbare uitkomsten waardoor de problemen niet worden aangepakt. Of zoals Mathieu Segers het in De Groene Amsterdammer omschreef: een politiek van gevolgen. Beeldvorming en populariteit zijn belangrijker dan het daadwerkelijk oplossen van de problemen. Want het moet allemaal natuurlijk wel haalbaar en betaalbaar blijven en we moeten ook kunnen blijven bbq-en, want de volgende verkiezingen komen er alweer aan. 

Patronen doorbreken

Wat er aan de hand is, weten we inmiddels dus wel. De vraag is wat er aan te doen. Met het doel van een meer daadkrachtige overheid die problemen daadwerkelijk te lijf gaat voor ogen, zie ik drie oplossingsrichtingen.

Onlangs waarschuwde de WRR dat de overheid te vaak in kortetermijndenken vervalt en daarbij ook nog eens te vaak hoopt dat alles wel weer goed komt. Beter zou zijn om in scenario’s te denken (ja, ook de minder positieve) en daar in het beleid op in te spelen. En om bovendien beter te communiceren over risico’s zodat burgers en bedrijven zich beter kunnen voorbereiden op een crisis.

Dit gaat dus om een andere werkwijze, die alleen kans van slagen heeft als de ambtelijke professionaliteit en cultuur hiermee uit de voeten kan. Na vele jaren waarin de politiek wenselijke uitkomst voorop staat, vraagt dit dus ook om een cultuuromslag in de politieke top. En daarmee ook in het parlement. Wat nodig is, is dat politici de burger uiteindelijk weer serieus nemen en niet langer naar de mond praten.

Die burger zal tot slot ook zelf in beweging moeten komen. Eerder schreef ik al dat teveel burgers zich vooral concentreren op het optimaliseren van hun eigen leven. Daarmee laten ze de grote ontwikkelingen over aan ondernemers (en multinationals) die te vaak vooral financiële doelen hebben, aan ambtenaren die slecht worden aangestuurd en aan politici die te vaak hun eigen carrière willen veiligstellen in plaats van de grote problemen echt willen oplossen. Groepsdruk voortkomend uit regeerakkoord en fractiediscipline houdt eventuele moedige nieuwkomers in toom.

Burgers hebben de sleutel in handen

Ondernemers, ambtenaren en politici hebben dus een schop onder de kont nodig. Dat betekent dat meer burgers uit hun comfortzone moeten komen en invloed moeten gaan uitoefenen. Want met privilege komt verantwoordelijkheid. En een leefbare toekomst is dat offer meer dan waard, toch?

Deze opinie verscheen 30 oktober 2022 op Joop.nl

Met privilege komt verantwoordelijkheid. Toch?

Deze week presenteerde het CBS een analyse waaruit blijkt dat het aandeel hoogopgeleiden de afgelopen 40 jaar is verdrievoudigd. Dat is goed nieuws voor de economie en bijv de gezondheidszorg. Zonder al die hoogopgeleiden zou een complexe samenleving als de onze immers niet kunnen draaien.

Maar even uitzoomend: waar heeft ons dit gebracht? Ondanks alle innovaties staan we op het hellend vlak van een zich voor onze ogen voltrekkende ecologische ramp. De biodiversiteit kachelt steeds verder achteruit en het klimaat staat definitief op ontploffen.

En nu de link met de hoogopgeleiden. Je zou verwachten dat naarmate mensen door hun opleiding beter het grote geheel kunnen begrijpen en welke invloed ze daarop (kunnen) hebben, ze daar ook meer naar gaan handelen. Concreet: dat ze zich inzetten voor een betere samenleving en een duurzamere toekomst. Dat is bij veel hoogopgeleiden echter niet het geval. Ze zijn drukdrukdruk en zetten hun kennis en kunde in voor de zaak, de carrière, het gezin, de hypotheek, de vakantie, noem maar op. Ze optimaliseren op die manier vooral hun eigen leven. Daar schiet de planeet en de toekomst niks mee op.

Sterker nog: mensen met hoge inkomens vervuilen gemiddeld meer dan mensen met lage inkomens. Denk aan grotere huizen, meer consumptieve aankopen, meer en grotere auto’s, meer vliegreizen.

Dat moet veranderen, op deze manier keert de wal het schip, en snel ook. Hoogopgeleiden hebben daarin een rol te nemen. Met privilege komt verantwoordelijkheid.

Alweer een troonrede

Alweer een Prinsjesdag, alweer een Troonrede. Dit jaar sprong wat mij betreft deze zin er uit als mini-meevaller: “Onze huidige manier van leven stuit op economische, sociale en ecologische grenzen.”


Alleen hoeveel mensen zouden beseffen wat dit ècht betekent? En hoe urgent deze veranderopgave is? Wat dat betreft is deze passage helaas veelzeggend: “Toch mogen we houvast ontlenen aan de manier waarop ons land in het verleden stapsgewijs grote veranderingen heeft doorgemaakt. Die geleidelijkheid is wezenlijk. Niet alles kan en hoeft tegelijk, ook niet in het hier en nu.”

Verderop in de tekst staat gelukkig nog een alinea over de urgentie van de klimaataanpak en de energietransitie. Toch heb ik nog niet de indruk dat het kwartje gevallen. Echte urgentie ziet er anders uit.

Overheid moet stoppen met wensdenken

Deze week een superinteressant interview in NRC over het jongste advies van de WRR die waarschuwt dat de overheid te vaak in kortetermijndenken vervalt en ook daarbij nog eens te vaak hoopt dat alles wel weer goed komt.


Beter zou zijn om in scenario’s te denken (ja, ook de minder positieve) en daar in het beleid op in te spelen. En om bovendien beter te communiceren over risico’s zodat burgers en bedrijven zich beter kunnen voorbereiden op een crisis. Dat geldt voor een groot aantal crises zoals op de terreinen van energie, klimaat, voedsel, water en ziekten.

Dit advies zou eigenlijk een open deur moeten zijn, maar is het helaas niet. Nu maar hopen dat politici en ambtenaren dit in hun oren knopen en ook de ongewenste toekomsten durven te verkennen.

Scenario’s

Eerder heb ik een cursus gevolgd over het ‘bouwen’ van scenario’s, leuk en leerzaam en absoluut een aanrader! Alweer 5 jaar geleden schreef ik een blog over 3 scenario’s voor klimaatverandering. En vorig jaar een stuk over dat het kabinet er goed aan doet om klimaatscenario’s op te stellen.

Oorzaken, gevolgen en belemmeringen

Naar aanleiding van dit artikel in NRC over de actuele opeenstapeling van crises – polycrisis – heb ik mijn schema uit 2017 een update gegeven.

[Tip: om het schema uit te vergroten, klik op het schema en selecteer ‘view image’ en vergroot het plaatje.]

Het schema gaat over oorzaken en gevolgen van klimaatverandering en over belemmeringen in de aanpak daarvan. Uiteraard is het een vereenvoudiging van de werkelijkheid.

Een drietal conclusies in vogelvlucht

  1. Klimaatverandering leidt door de veroorzaakte schade uiteindelijk tot destabilisering van maatschappijen en regeringen (ook de onze).
  2. Die destabilisering zorgt voor een focus op de aanpak van acute problemen waardoor klimaatverandering niet genoeg wordt aangepakt en problemen verergeren.
  3. De sleutel voor een effectieve aanpak zit bij burgers die echter door diverse redenen (nog) niet uit de startblokken komen. In het schema is dat het blok linksonder.

Poetin overschaduwt klimaatverandering

Een vierde conclusie zou kunnen zijn dat de inval van Poetin in Oekraïne en de gevolgen daarvan voor het buitenlands beleid, energiemarkt en de inflatie compleet de gevolgen van de klimaatverandering vooralsnog overschaduwen. Regeringen staan onder druk om alternatieven voor Russisch gas te organiseren en burgers te beschermen tegen de stijgende prijzen.

Effecten van klimaatverandering zijn deze zomer tastbaar in de vorm van recordhitte en -droogte en aantasting van de landbouwproductie. Toch lijkt dit vooralsnog niet tot snellere klimaatactie te leiden. Een vergelijking met de spreekwoordelijke kikker die niet uit een kookpan springt die langzaam wordt verhit, dringt zich op. De aantasting van de landbouwopbrengsten in grote delen van de wereld kan echter wel degelijk leiden tot krapte van voedselaanbod. Tot op heden heb ik nog geen optelsom van de gevolgen voor de verschillende oogsten voorbij zien komen.

Vettel stopt mede vanwege klimaat met F1

Wat een held! Viervoudig wereldkampioen Sebastian Vettel stopt mede vanwege de klimaatcrisis met racen en spreekt vrijuit over zijn zorgen daarover en over het dilemma waar hij mee worstelt namelijk dat F1 bijzonder slecht is voor het klimaat.

Mooi ook hoe hij spreekt over de ommezwaai die hij heeft gemaakt, na al die jaren begon de verspilling en de vervuiling steeds meer te knagen. Daarmee kan hij een voorbeeld zijn voor velen onder ons. Het is geen schande toe te geven dat omstandigheden veranderen en dat je daarom je opvattingen aanpast.

Nu wel graag nog iets meer tempo en actie, want dat straalt hij nog niet uit (althans niet in dit interview op de NOS-site).

Waterkwaliteit is de volgende crisis

Het gaat niet goed met de kwaliteit van onze wateren en dat gaan we steeds meer merken omdat bijv bouwactiviteiten geen doorgang kunnen vinden. Drie dingen vielen mij bij het lezen van dit artikel in NRC op.

De meest ingrijpende (en effectieve) maatregelen zoals m.b.t. stikstof zijn steeds op de lange baan geschoven, het ministerie van I&W put zich uit in relativerende bewoordingen en er is een duidelijke samenhang met de klimaatcrisis want hogere temperaturen en drogere zomers schaden de waterkwaliteit.

En zo zijn we dus hard op weg naar de volgende crisis. Kan er nog wel bij, zullen we maar zeggen.

“Het grote klimaatsterven is begonnen”

Het is op een bepaalde manier fascinerend. Terwijl we de planeet om zeep helpen, houden we precies bij hoe ver we er al mee gevorderd zijn. Neem de oceanen, daar gaat het dus helemaal niet goed mee.

Samengevat: te warm, te zuur en te zuurstofloos en dat is allemaal het gevolg van de opwarming. Soorten krijgen het moeilijk, migreren of sterven en vissen die blijven worden kleiner. Een hoogleraar zegt: “Het grote klimaatsterven is begonnen”. Niet alleen in de oceanen overigens maar ook op land. Onderzoekers spreken over de zesde massa extinctie.

Voor iedereen die dacht dat we nog tot 2050 de tijd hadden om de uitstoot naar nul terug te brengen, is de boodschap: 2050 is veel te laat! We moeten als een dolle energie gaan besparen en de overstap maken naar duurzame energiebronnen. En zeker geen nieuwe olie- en gasvelden meer aanboren, zoals nu nog wel op grote schaal gebeurt.

Voor de biodiversiteit is het devies: geen nieuwe natuur opofferen maar natuur herstellen. En natuurlijk veel minder bestrijdingsmiddelen gebruiken.

Het zit tussen de oren en kost ons de kop

Hoe langer ik met de klimaatcrisis bezig ben, hoe moeilijker ik het te begrijpen vind dat we maar niet in beweging komen. Het probleem is nu wel bekend en de urgentie om te handelen neemt met de dag toe. Aan goede voornemens geen gebrek, maar de uitvoering kan beter en sneller, en dat is een understatement. Eigenlijk is er na al die jaren van rapporten en klimaatconferenties nog niet een begin van een effectief klimaatbeleid. Want uiteindelijk telt alleen of de concentratie broeikasgassen in de atmosfeer afneemt naar een veilig niveau en die concentratie stijgt nog steeds.

‘Dingen’ die tussen onze oren zitten

Maar welke factoren veroorzaken onze traagheid? Psychologen hebben hiervoor diverse verklaringen in petto en dit artikel geeft er een handige samenvatting van. Relevant lijkt mij daarbij dat wij als mens niet in een vacuüm opereren. Wij zijn onderdeel van een samenleving, van een cultuur, en vanaf onze geboorte worden wij gevoed met informatie over wat waar is en wat niet, hoe het hoort en hoe niet. Zonder dat wij het beseffen nemen wij dit in ons op en wordt het deel van wie we zijn en daarmee bepaalt het voor een belangrijk deel ons denken en handelen. Want als de meeste mensen iets voor waar aannemen en ernaar handelen, dan zal het toch wel waar zijn?

In deze bijdrage wil ik het hebben over juist die aannames die als waarheden zo diep in ons hoofd verankerd zijn. En die daarmee bepalen hoe we naar de klimaatcrisis kijken en er (niet) mee omgaan.

Aannames over de economie

In het standaard economisch denken staat economische groei centraal. De aanname is dat de economie permanent kan groeien en dat dit ook wenselijk is. In werkelijkheid is onze economie gebouwd op de uitputting van natuurlijke hulpbronnen en gaat zij ten koste gaat van het milieu en van het klimaat. Dat heeft alles te maken het feit dat we de externe kosten niet goed hebben geprijsd.

In ontwikkelingslanden vindt de productie van goederen voor onze consumptie plaats tegen lagere lonen, onder onveiligere omstandigheden en met nog meer milieuvervuiling dan in de rijke landen. Dit is als het ware de overtreffende trap van externalisatie.

Volgens de berekeningen van Earth overshoot day zouden de in een jaar hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen al op 12 april opgebruikt zijn als alle wereldburgers zoveel zou consumeren als wij.

Als we de echte kosten van milieuvervuiling, biodiversiteitsverlies en andere milieueffecten wel de juiste prijs zouden geven, zouden veel producten aanzienlijk duurder worden. Sommige nu veel te goedkope producten zouden dan minder of niet meer worden gekocht, de enorme verspilling van grondstoffen zou stoppen en duurzaam ontwerp en reparatie zouden veel meer aandacht krijgen.

Voortdurende economische groei wordt ook vanwege een andere reden als belangrijk gezien. De aanname is namelijk dat groei een voorwaarde is voor verduurzaming. Het geld voor de investeringen in duurzaamheid moet immers eerst worden verdiend. Deze redenering klinkt logisch maar betekent tegelijkertijd dat er altijd wel een reden is om verduurzaming uit te stellen. Want helaas, het moment om te verduurzamen is nog steeds niet gekomen. Alleen gaat de vervuiling ondertussen door en is het inmiddels 5 minuten over 12. Bovendien bestaan er ook nog instrumenten als leningen en subsidies.

Aanname over de aanpak van de klimaatcrisis

Er zitten ook enkele heel specifieke aannames over de aanpak van de klimaatcrisis in ons hoofd. Een belangrijke, die ook in het meest recente regeerakkoord staat, is dat de klimaatcrisis een kans is voor het bedrijfsleven. Deze formulering is een sterk staaltje neoliberale ideologie. In het neoliberale denken is het immers het bedrijfsleven dat problemen oplost. De overheid lost daarentegen juist geen problemen op (en werpt eerder problemen op). De kunst is om het bedrijfsleven zo min mogelijk in de weg te leggen, dan kan het doen waar het goed in is, namelijk innoveren, welvaart scheppen en banen creëren. De overheid moet juist zo klein mogelijk zijn. Deze misvatting heeft geleid tot een uitholling van de overheid, en staat nu het nemen van collectieve klimaatactie in de weg.

En vermoedelijk is deze zin ook nog eens bedoeld om ondernemers en burgers gerust te stelen. Er komen geen hoge lasten op u af vanwege de klimaatcrisis, er kan zelfs aan worden verdiend, wie wil dat nou niet?! In de realiteit slaat de klimaatcrisis – zodra hij in volle omvang toeslaat – elke bodem onder het normaal functioneren van bedrijven weg. Dat geldt trouwens ook voor burgers .

Daarmee is het een verwarrende aanname die elke vorm van urgentiegevoel ondergraaft.

Aanname over de rol van technologie

De volgende aanname sluit hierbij aan. Het is de optimistische aanname dat we ons met technologie uit de problemen kunnen innoveren. Dat is in het verleden ook wel een paar keer gelukt. Denk bijvoorbeeld aan penicilline, denk aan het dichten van het gat in de ozonlaag, of aan de Deltawerken. Technologie kan een geweldig hulpbron zijn.

Maar technologie heeft ons ook zwaar in de problemen gebracht. Denk aan de verbranding van olie, kolen en gas om de energie en warmte op te wekken die we voor onze welvaart nodig hebben en die nu tot de klimaatcrisis heeft geleid. Gelukkig hoeft dat niet zo te blijven. Het is zelfs zo dat we nu al over de meeste technologie beschikken die nodig is om de klimaatcrisis te tackelen. We hoeven dus nergens op te wachten. Het echte probleem zit hem dan ook vooral in de bereidheid om die technologie ook op grote schaal versneld in te zetten. Daarmee is ook deze aanname misleidend en heeft zij een sterk vertragend effect op het nemen van klimaatactie.

Aanname over de timing van klimaatactie

Ook de volgende aanname heeft alles te maken met het verplaatsen van het in actie komen naar de toekomst. Ergens rond het afsluiten van het Verdrag van Parijs vatte de (foutieve) aanname post dat het terugbrengen van de uitstoot van broeikasgassen naar 0 in 2050 voldoende zou zijn om aan het verdrag te voldoen. Zoals bekend mikt het verdrag op een maximale temperatuurstijging van ruim onder de 2 graden, en liefst op maximaal 1,5 graden. Onder die 1,5-gradengrens zou de situatie op aarde volgens wetenschappers nog enigszins veilig kunnen zijn.

2050 is een makkelijk te onthouden jaartal en het heeft daarmee een mijlpaalfunctie, een doeljaar om naartoe te werken. Daar is op zich niks mis mee. Alleen klopt het jaartal niet.

Dat zit zo. Bij een opwarming met maximaal 1,5 graden hoort een maximale hoeveelheid CO2 die de mensheid nog mag uitstoten. Dit koolstofbudget is met de huidige uitstoot binnen 10 jaar verbruikt, en als we snel beginnen met het reduceren van de uitstoot kunnen we er een paar jaar langer mee doen. Hoe dan ook, duidelijk is dat klimaatneutraliteit in 2050 veel te laat is voor het 1,5-gradendoel. Waarschijnlijk wel 10 tot 15 jaar te laat.

Onlangs is uit onderzoek gebleken dat de kans erg groot is dat de 1,5-gradengrens al de komende 5 jaar wordt doorbroken. De opwarming gaat dus veel sneller dan eerder gedacht en het jaar 2050 staat in geen enkele verhouding meer tot de realiteit.

Aanname over de toekomst

In de toekomst gaat iedereen er op vooruit. Het is een mooie, optimistische belofte. Lange tijd is een groot deel van de wereldbevolking er ook echt op vooruit gegaan.

Alleen lopen we nu versneld tegen de grenzen van de groei aan. Het klimaat ontspoort steeds sneller, voedsel en energie worden schaarser en daardoor duurder, grondstoffen raken op en de biodiversiteit gaat hard achteruit. Bosbranden en droogte overal op de wereld en een recordhitte in India halen nauwelijks nog het nieuws. Voor kinderen en jongeren is het maar zeer de vraag of zij er in de toekomst nog op vooruit gaan. Exit het mooie streven om de wereld iets beter achter te laten dan je hem hebt aangetroffen.

Zelfs met onmiddellijke en grootschalige klimaatactie, waarvan helaas nog steeds geen spoor te bekennen is, ziet de toekomst er niet rooskleurig uit. Steeds meer plekken op aarde worden minder mooi of raken zelfs verwoest. Onbezorgd opgroeien, dromen en genieten wordt steeds meer een privilege van een steeds kleinere minderheid. De vraag is wat het met de samenleving, de economie en de mensen doet zodra dit besef doordringt.

Aanname over onze samenleving en onszelf

De belofte van het kapitalisme is (of was) dat in de toekomst iedereen er op vooruit gaat. Mits je er hard voor werkt. Of geluk hebt met bijvoorbeeld de wieg waarin je bent geboren natuurlijk. Het is die belofte die mensen laat afzien in het hier en nu en die hen ongelijkheid laat accepteren. Want hé, het is oké, straks krijg ook ik het beter.

We zijn het gaan geloven, ook dat falen vaker dan af en toe eigen schuld is. Daarom is er ook steeds meer bezuinigd op voorzieningen voor mensen met minder kansen, ziekte of handicap. Sociale woningen zijn verkocht, huren vrijgelaten, studiebeurzen werden leningen. Mensen werden aangemoedigd zich in de schulden te steken voor het aankopen van een eigen huis, of een nieuwe auto. Want in de toekomst wordt toch alles beter.

Een neveneffect van leningen is overigens dat mensen nog meer afhankelijk zijn van hun baan en nog minder tijd hebben zich in te zetten voor het algemeen belang, zoals bijvoorbeeld klimaatactie. Überhaupt zijn veel mensen zo gefocust op carrière maken dat zij zich niet durven uitspreken tegen de heersende opinie in. Want out-of-the-box denken wordt vaak niet gewaardeerd en uitspreken dat we linea recta op de afgrond afstormen al helemaal niet. Althans, dat is de veronderstelling. Ook daarom is er nog steeds zo weinig klimaatactie.

Een gevolg van het geloof in de aanname dat succes een keuze is, is dat niemand zich hoeft af te vragen of het oké is dat het met hem of haar beter gaat dan met anderen. Niet in de eigen straat maar ook niet in relatie tot mensen in arme landen. Het is een effectieve manier om de status quo te stabiliseren.

Daarmee is deze aanname tegelijkertijd een enorme sta-in-de-weg voor een effectieve aanpak van de klimaatcrisis. Want waarom zou je betalen voor klimaatmaatregelen waar ook anderen baat bij hebben? En toch is meer solidariteit precies wat we nodig hebben. Zonder solidariteit kunnen mensen met lage inkomens hun huizen niet isoleren of overstappen op zonnepanelen of een elektrische auto. Hier niet maar ook in arme landen niet. En aangezien we allemaal op dezelfde planeet wonen, hebben we toch echt een enorm groot gedeeld belang.

Cultuur van ermee ophouden

De zeven aannames die ons denken beheersen, zorgen ervoor dat we blijven voortrazen op het ingeslagen pad. Maar wat nu als ons pad niet langer meer het juiste pad is? En – geheel tussen haakjes – misschien zelfs nooit geweest is? Hoe kunnen we het roer omgooien?

De Duitse sociaal psycholoog Harald Welzer spreekt daarom in zijn boek “Nachruf auf mich selbst (2021)’ van de noodzaak om een strategie / concept / cultuur van ermee ophouden (“aufhören”) te ontwikkelen. Daar beschikken we nu duidelijk niet over maar deze hebben we wel nodig als we een andere richting willen inslaan. Ik vind het een spannende en inspirerende gedachte.